1e Generatie

Opgroeiend in de Utrechtse wijk Zuilen, was het logisch dat ik bij de lokale voetbalclub Elinkwijk ging voetballen. Ze speelden betaald voetbal en mijn vader was fanatiek supporter. In 1970 fuseerde Elinkwijk,Velox en DOS tot FC Utrecht, maar dat lag heel gevoelig in Utrecht. Mijn vader is in het begin wel naar ze gaan kijken, maar toen er steeds minder Elinkwijkers in het team stonden, hield hij het na een seizoen voor gezien

.Daarentegen vond ik het prachtig. Ik weet nog goed dat hij mij als klein jochie meenam naar de eerste wedstrijd van FC Utrecht. Dat was tegen Go Ahead Eagles, er zaten twintig duizend mensen op de tribune en we wonnen met 4-1.  Ik stond toevallig met mijn vader op de BunnikSide en was onder de indruk van het spektakel, iedereen stond heel dicht op elkaar en er werd met grote vlaggen gezwaaid.In vergelijking met Elinkwijk, waar maar achtduizend man kwamen, was de sfeer zo geweldig  dat ik dacht: “Hier ga ik nooit meer weg, dit is mijn club!”



Vanaf toen ging ik met jongens uit Zuilen elke wedstrijd naar FC Utrecht. We gingen met de fiets naar het stadion en zwaaiden onderweg met grote vlaggen.. De hele week waren we bezig met het maken van vlaggen, we wilden natuurlijk de grootste op de BunnikSide hebben. Met dat soort onschuldige dingen hielden de jongens op de BunnikSide zich toen bezig. We waren meer onderling aan het dollen, dan naar het voetbal aan het kijken. Er gebeurde altijd wel iets, het was echt een ongeorganiseerd zooitje.  Maar geleidelijk aan kwam daar verandering in….jongens en bendes vanuit heel de stad en omgeving vonden de BunnikSide en wilden er bij zijn en horen. We merkten dat tegenstanders en scheidrechters ons erg intimiderend vonden.

AZ 67 tegen FC Utrecht 2-1 Utrecht-supporters in en op de bussen 13 februari 1977

Om de wedstrijd in Utrechts voordeel te beïnvloeden, gingen wij daar misbruik van maken. We zorgden ervoor dat de tegenstander echt bang werd, dat de Galgenwaard een hel voor ze werd. We hingen in de hekken, gooide dingen op het veld en zongen heel fanatiek liederen. Als de keeper van de tegenpartij voor ons vak stond, dan was het kaassie. We deden alles om er maar voor te zorgen dat hij bang werd. Ook konden we door ons fanatieke gedrag de scheidsrechter en dus ook de wedstrijd beïnvloeden.  Als de scheidsrechter in onze ogen een verkeerde beslissing had genomen, zongen we: “Hij komt de stad niet uit!” Hij wist dan dat hij ook echt de stad niet uitkwam. Na de wedstrijd werd hij bedreigt of werd hij achterna gezeten.



Er zijn scheidsrechters die uren na de wedstrijd politiebegeleiding tot op de snelweg kregen. Als hij dan de volgende keer tweeduizend gekken achter de goal hoorde zingen”Hij komt de stad niet uit!”, dan kan ik me voorstellen dat hij dacht:”Dan heeft de tegenstander maar pech, maar ik wil wel veilig thuiskomen!”   Het was op een gegeven moment zo erg, dat als de BunnikSide schreeuwde om een penalty, er een paar minuten later alsnog een penalty gegeven werd. We hebben in die tijd echt heel veel thuiswedstrijden gewonnen puur door intimidatie van onze kant maar ook natuurlijk door de wisselwerking met de spelers. De spelers werden gedragen door onze aanmoedigingen en konden altijd wat meer geven en brengen. Daarom worden wij ook vaak met Engelse clubs vergeleken. De sfeer is en was uniek!  Uitwedstrijden was trouwens een heel ander verhaal, die wonnen we bijna  nooit. Door deze frustratie gebeurde er ook altijd veel rondom uitwedstrijden. Het was eigenlijk altijd slopen en vechten.

In de supporterstrein die van Utrecht naar de voetbalwedstrijd tegen Feyenoord is het interieur vernield (verbogen stang, afgerukte stoeltjes)10 januari 1977

Uitwedstrijden tegen bijvoorbeeld Ajax verloren we standaard met 4-0. Maar toch gingen we er altijd heen, al was het alleen maar voor de sensatie en om ons te laten zien. Begin jaren tachtig gingen we een keer met negentig man zonder kaartjes naar Amsterdam. Nadat we met de trein waren aangekomen, zijn we op de Zeedijk in een kroegje gaan zitten. Omdat daar geen Ajax supporters waren, zijn we richting stadion De Meer gegaan. Elke Ajaxied die we onderweg zagen, gaven we klappen. dat was natuurlijk kicken…niemand maakte ons wat. Ondanks dat we verloren, was het een geslaagde dag, we hadden namelijk vrij op hun terrein gelopen en waren niet echt in de problemen gekomen! Rond eind 70 en jaren 80 was eigenlijk de ergste periode met het hooliganisme, politie en justitie zaten met de handen in het haar en straffen zoals nu bestonden nog niet.

Ajax tegen FC Utrecht 3-0 agent met dolkmes van boze Utrechtsupporter 1975

Dan is het wel zo makkelijk dat je bij een club hoort die tot de beruchtste werd gerekend! Toen kon je ook nog 3x opgepakt worden op een dag en ’s avonds gewoon Studio Sport kijken. Nu krijg je voor een futuliteit al een stadionverbod van minimaal een jaar en een cel of geldstraf. Ik ga nog altijd uit en thuis, want het rood-wit loopt door mijn bloed en ik ben gek van mijn club en voetbal. Maar de tijden van vroeger komen niet meer terug, dat is zeker.

Oud Bunniksiders
Door ervaringen zoals in Engeland, krijg je met de jongens van de Bunnikside een hele hechte band. Door de jaren heen heb ik er echt een paar hele goede vrienden aan overgehouden en loopt het voetbal en randgebeuren als een rood/witte draad door mijn leven. Maar omdat iedereen ouder werd, kinderen kreeg en het werk belangrijker vond of andere zaken, zag je steeds minder oude jongens nog bij het voetbal komen. De oude harde kern zag je minder vaak en je zag dat zich een nieuwe generatie manifesteerde. In het begin hadden wij als ouderen wel onze twijfels, maar binnen een paar jaar heeft die nieuwe groep zich waargemaakt. Je ziet nu dat deze groep hetzelfde meemaakt als ons.



Ook zij zijn inmiddels dik in de dertig en beginnen andere dingen in het leven belangrijker te vinden (dat gebeurt bij iedere club…jongens komen en gaan) .Maar voor gebrek aan opvolgers hoeven we niet bang te zijn, want inmiddels is er al weer een derde generatie Utrechtse hooligans actief.  Maar wat ik wel altijd bleef missen, was de onderlinge gezelligheid van onze generatie. Ik merkte dat er meer mensen zo over dachten en toen is het plan ontstaan om een reünie te organiseren. Men is zes maanden bezig geweest om alle adressen van bekende Oud-Bunnikzijders te achterhalen. Ze zijn  aangeschreven en het  idee is uitgelegd.

De reünie kwam er en werd een groot succes! In totaal kwam er ruim tweehonderd man opdraven en ook een aantal oud spelers en bestuursleden waren van de partij. Het werd een avond vol verhalen uit de oude doos . Het was prachtig om al die jongens weer eens te zien. Het waren net stripfiguren, sommige zagen er nog precies hetzelfde uit als twintig jaar geleden.De pers (UN en Nieuwe Revue) waren ook uitgenodigd en het Utrechts Nieuwsblad schreef de volgende dag: “De Bunnikzijde is haar schaamte voorbij!” In het artikel stond dat we bijna allemaal brave burgers waren geworden en ons niet meer met de harde kern wilden bemoeien.

Maar dat was natuurlijk niet helemaal onze opzet. We wilden de jongens weer bij elkaar krijgen, want de achterliggende gedachte was ook: “Als we deze groep weer bij elkaar krijgen, dan zijn we meteen weer de sterkste van Nederland”. Ondanks wat vechtpartijtjes op het eind van de avond, was iedereen zo enthousiast dat werd besloten om hier een vervolg aan te geven. Zo zijn met de opening van de nieuwe Bunnikside ruim 100 stoelen gereserveerd voor oud Bunniksiders en waren deze in no time uitverkocht Als ik dan met deze groep veertig plussers op pad ben ( zoals o.m. naar Graz in Oostenrijk) heb ik altijd het gevoel dat niemand ons iets kan maken.  Het is niet zo dat we heel fanatiek op zoek gaan om te rellen, maar we moeten ook niet het gevoel hebben, dat we voor schut dreigen te komen staan. Dan hebben de meeste van ons wel zoiets van: “We moeten even laten zien, dat we nog leven!”

Dat kan op ieder moment zijn, nu nog steeds! We zijn nu zover dat veel oude jongens weer gaan en ook weer op de Bunnikside komen zitten. Je loopt zo van de tribune naar het Home en het is gewoon gezellig om met bekende jongens van weleer te praten. Momenteel kunnen er ruim 5000 man op de nieuwe tribune, maar de sfeer is toch anders dan vroeger…de oude Bunnikside op de wielerbaan blijft voor ons toch de enige echte Bunnikside! Wij zijn dan wel Utrecht en hoeven ons niet meer zo nodig te bewijzen, maar je moet wel altijd scherp blijven en je goed voorbereiden. Dat is de laatste jaren soms verkeerd gegaan. Dan gaan groepjes van 20-30 man iets op eigen houtje ondernemen of spreken af via Internet op een zaterdagavond,ik vind dat niets. Dat gaat negen keer goed, maar de tiende keer kan je ze links en rechts krijgen, bijna niemand van de ouderen heeft zin om iedere zaterdagavond in de stad te gaan zitten wachten, als het moet gebeuren dan rond een wedstrijd anders niet..



Dat is natuurlijk ook niet goed voor de naam en reputatie van Utrecht. Daarom vind ik, dat als je gaat je altijd goed voorbereid moet zijn en met een goede groep op pad moet gaan, ook als het tegen een misschien kleine club is…je draagt wel de naam en reputatie van de stad en FC-Utrecht mee en iedereen wil daarvan winnen. Dat is iets, dat ik de huidige generatie nog probeer mee te geven!

We zijn terugkijkend als Bunnikzijde en niet topclub toch met heel veel dingen een voortrekker geweest in Nederland. Als eerste in Nederland genoemd als relclub…eigen stadion gesloopt…een eigen Home….eigen ordedienst gehad….supportersavonden met bestuur en spelers…politie die bij ons als eerste undercover ging en meereisde om ons in kaart te krijgen…rellen rond Europacup wedstrijden…ludieke liedjes…maar ook de club proberen te redden…etc..etc…

Kortom er is wel  iets neergezet in Utrecht positief en negatief….mede daardoor kan niemand meer om de Bunnikside en FC-Utrecht heen!

Supportersvereniging FC Utrecht

De SupportersVereniging FC Utrecht (SVFCU) is de officiële supportersvereniging van FC Utrecht en vertegenwoordigt met ruim 5.500 leden een aanzienlijk deel van de Utrechtse achterban.

Lid worden?