Rebellen van de Bunnikzijde 1976

 

Bertus Zeilmaker is een bekend figuur op de Bunnikzijde van sta­dion Galgenwaard. Voornamelijk vanwege zijn omvang. Met z'n vijftien jaar weegt hij niet minder dan 147 kilo. In een vechtpartij ervaart hij z'n dikte niet als een handicap. Maar wel als daarna de politie ontvlucht moet worden. Bertus: "Kijk, ik kan niet zo hard lopen, dus nemen ze altijd mij te pakken. Ik ben voor die wouten een gemakkelijke prooi".

Waarom hij dan aan de vechtpartij meedoet? Bertus: "Als een bekende van mij wordt geslagen, dan spring ik er tussen. Altijd. Dan ga ik meevechten. Vroeger op school al. Ze moeten van m'n vrienden afblijven". Later blijkt vaak dat die "vrienden" de knokpartij zelf hebben uitgelokt en Bertus het vuile werk laten opknap­pen. Hij heeft daardoor al heel wat keertjes op bureau Tolsteeg vastgeze­ten. Bertus: "Ik ken daar precies de weg. Zo'n jaar geleden kwam ik er bijna elke dag. Ik was één van de schoffies van Sterrenwijk".  

Sterrenwijk
Ook Paul Woertman is een rasechte Sterrenwijker. Hij vindt het jammer te zijn verhuisd. Paul: "Mijn ouders wilden er weg. Ik niet". Vader Woert­man: "Het was geen uithouden. Vooral 's zomers deed je 's nachts geen oog dicht. Om het uur stoof er een politie­wagen of brandweerwagen met loeien­de sirene door de wijk. Vreselijk. Bertus en Paul zaten op de zelfde school in Sterrenwijk, de r-k St. Ca­tharinaschool aan de Abstederdijk. Beiden hebben na de lagere school geen andere opleiding genoten. Ook Bertus' oudere broer Joop niet. Paul: "Ik kon slecht leren". En Bertus: "Ik was een slechte voor de meesters". Joop: "Ik zou en moest na de lagere school gaan werken, net als m'n vriendjes".  

Spijt
Spijt over het zo vroeg stoppen met leren hebben Bertus en Paul niet. Ber­tus: "School zegt me niks. "Hij ver­telt er door zijn medeleerlingen veel te zijn gepest vanwege z'n gewicht. "Ja, dan ging ik er bovenop en dan was het weer deut". Zijn leerperiode vond een definitief einde, toen hij een van de meesters trefzeker een borstel naar het hoofd gooide. Bertus: "Ik moest meteen van school af. Toen liep ik elke dag maar een beetje door de stad. Of ik bleef thuis". Gewerkt heeft Bertus sinds­dien bijna nooit. Af en toe helpt hij zijn vader in het aannemersbedrijf. Paul is sedert september vorig jaar straatmaker. Hij wordt elke morgen om zes uur opgehaald op de Witte­vrouwensingel en werkt door heel Ne­derland heen. Ook Joop heeft zijn han­den wel laten wapperen. Als opperman inde bouw. Hij voert voor zijn vader klussen uit in Duitsland en België. Veel plezier heeft hij er echter niet in. "Ik zal u eerlijk zeggen, ik zou héél graag weer terug willen naar school. Dat is mijn grootste' misstap geweest.

Toen die frater mij naar de LTS wilde hebben, vond ik dat ie m'n ouders kwam om lullen. Ik wilde al geld ver­dienen. Maar daar heb ik nu wel spijt van... Ik had altijd graag naar zee gewild, wilde stuurman worden. Daar ben ik nu te oud voor. Op de Zeevaart­school kom ik niet meer terecht. Mijn kans is voorbij. Zo kan je dat wel zeg­gen, ja. Soms probeert Joop zijn jongere broer uit te leggen wat hij aan het ver­gooien is. Joop: "Wat ik heb gemist, kan hij nog grijpen. Want wat moet hij gaan doen als ie 25 is? Ik heb 'm al ge­vraagd wat hij wil worden, maar dat weet ie niet".  

Politie
Bertus: "Dat weet ik wel. Ik had graag bij de politie of de brandweer gewild. Maar dat kan niet meer. Om­dat ik een strafblad heb en zo. Bovendien ben ik te dik". Joop belerend: "Luister, Bert, zolang je niet door een rechter bent veroordeeld, doet dat strafblad er niks toe. Want laten we eerlijk zijn, wie heeft er nou nooit een paar dagen op het Paardeveld gezeten. Dat zijn toch heel bijzondere men­sen? Paul heeft wel eens gezeten. Twee weken. Paul: "Ik had wat gedaan datniet mocht. Ze wilden dat ik de jon­gens verraadde, maar. dat deed ik niet. Toen hebben ze me na twee weken weer losgelaten”. Later vertelt Paul dat hij wel vaker op het hoofdbureau te gast was. Eén dag, twee dagen, soms iets langer. Paul: "Ach, kwajongenswerk, weet je. Brommertjes stelen, van alles. Bertus: "Of vechten hè. In clubhuis Stuffie of op de soos. Kijk, als ze ons uitdagen dan is het gebeurd".  
< strong>Heimwee
De drie jongens hebben veel gemeen­schappelijk. Maar vooral hun heimwee naar het oude Sterrenwijk. Joop: "Elke avond om zes uur gingen we naar het plein. Daar werd gevoetbald en we waren allemaal gelijk". Bertus: "Ze hebben er nu zo'n speeltuintje ge­bouwd meteen klimboom". Joop: "Dat. plein. was onze lust en ons leven. Iedereen van de FC kwam er bij elkaar omdat er zo'n hoop sfeer was. Kijk, ik mag rustig stellen dat dáár de grote Utrechtse voetballers geboren zijn. Noem maar op: Cor Hildebrand, Eddie Achterberg, Mos Temming, Buikie van Arnhem, Theo Polfliet, Ries van de Boogert. Eddie Lam. Zij kwamen alle­maa1 bij ons voetballen".

Bertus vertelt dat hij vanwege zijn gewicht een paar maanden onder con­trole van het AZU heeft gestaan. Hij kreeg onderzoeken, injecties, diëten, het hielp allemaal niks. Joop: "Het zit bij ons in de familie. Zelf ben ik ook 117 kilo. En van zo'n dieet, daar word je chagrijnig van. Ik steek nooit een hand naar mijn ouders uit, maar toen tijdens zo'n kuur deed ik dat wel een keer. Ik was in staat om iemand voor een zak patat z'n nek om te draaien". Bertus: "Na de vakantie. probeer ik het toch weer met een dieet. Maar het is wel moeilijk. Want in het verleden, als ik in een winkel wat lekkers zag liggen, dan ging het hup, hup, zo onder m'n jas. Toen kwam ik haast elke dag op het politiebureau  Gewoon omdat ik steeds"honger had. Mijn moeder wist het op het laatst ook niet meer".  

Werkenloos
Als werkloze brengt Bertus het meest van de tijd door' in het centrum voor jongeren aan de Vrouvvjutten­straat. Paul komt er vaak 's avonds. Bertus: "Dat is echt een goeie club, eerlijk. Ik zou elke werkende jongere uit Utrecht adviseren om daar heen te gaan".Enthousiast vertelt hij dat er in dezomer een vliegreisje vanuit de club is georganiseerd vanaf Schiphol naar Eindhoven, met daarna een dropping en een weekje vakantie in een jeugd­herberg. Op de club zelf vermaakt hij zich voornamelijk met voetbal, biljar­ten, tafeltennis en films.  

Kannon
Bertus werd een tijp lang door zijn vrienden "Frank Kannon" genoemd. Nu is hij voor iedereen de "bolle". "Vroeger kon ik dat niet hebben als ze dat tegen me zeiden, dan sloeg ik er ik meteen op los!. Nou kan het me niks meer schelen". Paul is qua omvang zijn wandelende tegenstelling. Vel over been, zeker niet de potigheid van een straatmaker. Paul: "Ik weet ook niet waarom ik zo mager blijf, want ik vreet ,me de tyfus en het helpt niks". Drinken doet Paul ook. Zegt heel wat te kunnen hebben. Bertus:"Als ie dron­ken is, kan je met hem alle kanten uit. Dan springt ie er altijd voor. Bij PSV ook. Zegt hij tegen die wouten: “Waar­om moeten jullie altijd die bolle heb­ben neem mij als je durft. Toen werd ie door wel vijf man gepakt". Paul geeft toe voor wedstrijden soms vrij veel te drinken. "Dan gaan we meestal eerst de stad in. Pilsje drinken bij de Drinkwinkel. En ook nog wel in de kantine bij het stadion. Dat gebeurt wel eens ja. Joop: "Ik heb ook een tijd gehad dat ik veel dronk. Ging m'n halve weekloon naar de kastelein. Nu drink ik sinds vier maanden geen druppel meer. Ik heb nu een auto".  



Patat
Bertus houdt het voornamelijk bij de worst en de patat. Hij heeft er geld genoeg voor. "Ik kreeg al vijf gulden zakgeld per dag toen ik negen jaar was. Momenteel krijg ik een joet­je (tientje) per dag en vrijdags twee joetjes. Voor een thuiswedstrijd krijg ik van mijn vader vijftig gulden en als Utrecht uitspeelt 125 gulden. Ongelo­gen. Voor entree, de reis, om wat ,te eten, voor alles. Ja, dat is inderdaad vrij veel".Als de "bolle" genoeg geld heeft be­taalt hij de toegangskaartjes voor zijn vrienden. Ook neemt hij ze wel eens mee als ze gaan stappen. Bertus: "Dan komen we de spelers van Utrecht ook soms tegen. Dat is machtig".   Joop van Maurik en Leo van Veen zijn bij uitstek de favorieten van de Bunnikzijde. Joop: "Van Maurik dat is een kérel, daar kijk je tegenop. En Leo? Ik zal u zeggen, ik heb altijd een groot respect voor Van Veen gehad. Eerlijk, het is jammer dat het geen vrouw is, want anders had .ik gepro­beerd met hem te trouwen, zo graag mag ik die jongen". Joop herinnert zich dat de FC Utrecht aanhang van de Bunnikzijde zich ging bewapenen, nadat het groepje in het eerste FC seizoen na een uitwed­strijd bij Feyenoord door Rotterdamse supporters was afgerost. "Met fietsket­tingen, messen en zelfs vleeshaken stonden ze op ons in te slaan. Het was verschrikkelijk. alle ruiten van de bus waren stuk. Ik heb daar m'n eigen zusje nog staan te verdedigen. Die was net in verwachting". Sinds die tijd trok de Utrecht aanhang altijd bewapend naar Rotterdam. Later werd dit uitgebreid met Amster­dam en Den Haag en nu is de groep supporters bij elke uitwedstrijd tot de tanden bewapend, Joop: "We hebben een trucje. Ze kunnen ons fouilleren "Wat ze willen maar vinden nooit wat, toch hebben we van al1es bij ons".  

lieverdjes
"We geven toe, wij zijn geen lieverd­jes, Op de Bunnikzijde dagen we de politie ook wel eens uit. Dan gaan we onder mekaar een partijtje stoeien. Denken die wouten. dat er vechten is en dan komen ze er aan hollen. Maar die wouten uit Utrecht die jonge broekjes dat is ook echt tuig hoor. Dat zag je wel tegen De Graafschap". Paul: "We wonnen met 3-0. We zijn blij en trekken het veld rond. De mensen , klappen, komen die wouten eraan en beginnen meteen te slaan". Joop: "Het is tegenwoordig zo dat een Utrecht supporter nergens meer fatsoenlijk wordt behandeld. Als je bij een uitwedstrijd een kaartje aan het loket haalt, helpen ze je als een beest. Heus, ik heb menig 'partijtje geknokt, dat ik het zelf aanhaalde. Maar ze moeten ons ook wel gelijk geven als we niks gedaan hebben. Zoals bij PSV".    

Knokken
Bertus: "Ze begonnen boven me op­eens te vechten. En ik ga kijken. Nou was het warm, dus ik doe m'n jas uit. Denken die agenten dat ik wil gaan meeknokken. Dus die pakken mij". Joop: "Hoe die rel ontstond? Nou ge­woon, één van die Eindhovenaren gaf een Utrechter zo maar een stoot voor z'n hoofd. Maar ja, wat is nou de ge­woonte van de Bunnikzijde: als ze er één slaan, slaan we allemaal,. Dus het was meteen er bovenop". Een verloren wedstrijd kan ook een reden zijn om herrie te maken. Ber­tus schoot eens een luchtbuks leeg in een supportersbus van Telstar. "Die kreeg ik in handen gedrukt van een vriendje. Om ze te bedreigen. Waarom die het zelf niet deed? Bang!"  

Sfeer
Lid van de supportersvereniging van FC Utrecht zijn de jongens niet. Ze zien dat niet zitten. Bertus: "Die Ad Koppen (de voorzitter) daar hoeven we niks van te hebben. Tegen journa­listen staat hij op ons te schelden maar als we erbij zijn houdt ie z'n mond". De drie vinden dat Utrecht het niet van de supportersvereniging maar van de Bunnikzijde moet hebben. Paul: "Daar komt. de sfeer vandaan. Als wij niet zingen, hoor je niks in het stadion". Joop: "Als supporter hebben we de Engelse stijl overgenomen. Ja, ook wat het geweld betreft. Krijg je klappen, dan heb je pech gehad. Kan je ze uit­dalen, dan heb je mazzel. Lig je 's avonds in je bed te lachen".

Supportersvereniging FC Utrecht

De SupportersVereniging FC Utrecht (SVFCU) is de officiële supportersvereniging van FC Utrecht en vertegenwoordigt met ruim 5.500 leden een aanzienlijk deel van de Utrechtse achterban.

Lid worden?