Bunnikside zondag weer ouderwets de twaalfde man

Datum: 26.01.2018

Terug naar vorig overzicht

Nieuwsartikel:



Drie thuiswedstrijden in een week in de eigen Galgenwaard. FC Utrecht beleeft een bijzondere voetbalweek met clubicoon Jean-Paul de Jong aan het trainersroer. Maar in hoeverre fungeert de tribune waar de harde kern huist, bekend en berucht in heel Nederland, nog nadrukkelijk als Twaalfde Man? ,,De Bunnikside is aan zet dit seizoen.’’ FC Utrecht - AZ is op deze vrijdagavond amper onderweg of een krullenbol langs de zijlijn balt een vuist richting Bunnikside. Het is een vluchtig, maar welgemeend gebaar van Mister FC Utrecht. Jean-Paul de Jong, de nieuwe hoofdtrainer, zoekt contact met de harde kern, die hem zojuist bezongen heeft door simpelweg heel vaak zijn naam te herhalen: Jean-Paul de Jong, Jean-Paul de Jong, Jean-Paul de Jong. Vijf dagen later, toen Feyenoord naar Utrecht kwam, was het tafereel niet anders.

In de haast onmogelijke uitdaging die hem wacht om de zo succesvolle Erik ten Hag op te volgen, weet hij als kind van de stad en lieveling van het publiek als geen ander dat hij ook als trainer dáár de harten moet veroveren nu hij zijn droombaan te pakken heeft. De rest van het stadion volgt dan vanzelf als een soort onzichtbare wave die onderweg zieltjes wint.



De Bunnikside. Je kunt er pagina’s over volschrijven. Uren met vaste bezoekers over praten. Misschien is er wel geen plek in Utrecht die gezichten toont die zo in uitersten van elkaar verschillen als deze oostelijke tribune van stadion Galgenwaard. Berucht om zijn verleden, inclusief rellen en wanstaltige spreekkoren. Maar ook een plek die hartverwarmend kan zijn, als er een Europees ticket wordt gevierd, inclusief een pitchinvasie. Of op momenten dat de club tot in zijn diepste ziel wordt geraakt. Neem de plotselinge dood van David di Tommaso. Neem het ongeluk van Mihai Nesu, vanwege een dwarslaesie voor altijd aan een rolstoel gekluisterd. Momenten die mensen die erbij waren, nóóit, nóóit, nóóit meer zullen vergeten.

Janken bij een wildvreemde
We spreken Harm (47), ondernemer en al 20 jaar vaste klant op de Bunnikside. Als hij praat over de vreselijke momenten die de club in het hart raakten, duurt het niet lang of tranen prikken in zijn ogen. ,,Als de wind echt tegenzit, is er zo’n verschrikkelijke mooie eenheid op onze tribune. Dan laat FC Utrecht, en de Bunnikside in het bijzonder, zich in zijn puurste vorm zien. Dan staat het kippenvel op je hele donder en lijkt welhet er nooit meer af te gaan. De eerste wedstrijd dat Mihai in zijn rolstoel in het stadion was, heb ik staan janken met mijn hoofd op de schouders van een wildvreemde. Ik zou het niet in mijn hersens halen dat bij een willekeurig iemand te doen, als ik over het Vredenburg loop en me even klote voel. Maar op de Bunnikside kan het. Voor mij gaat het echt verder dan de liefde voor een vrouw.’’

Het zijn momenten die laten zien dat er ook veel gasten op de Bunnikside staan en zitten voor wie het cliché opgaat dat ze ongelooflijk grote bekken hebben, maar heel kleine hartjes. Mike Vermeulen weet er alles van. Als de nieuwe trainer Jean-Paul de Jong de eretitel ‘Mister Utrecht’ verdient, mag je hem zonder aarzelen ‘Mister Bunnikside’ noemen. Hij beheert de gelijknamige site en is de spil van het supportersorgaan Forza. Als hem wordt gevraagd naar de David di Tommaso Memorial of vergelijkbare momenten, is zijn antwoord in één woord samen te vatten: TROTS.
Welkom in de hel

Het AD Utrechts Nieuwsblad sprak de afgelopen weken met tientallen Bunniksiders en met oudgedienden die inmiddels elders in het stadion zitten. Als hun wordt gevraagd welke twee woorden het gevoel van de Bunnikside het beste verwoorden, springen fanatisme en trouw er echt uit. ,,En we zijn altijd kritisch, óók naar eigen spelers’’, zegt Vermeulen. En, uiteraard, intimiderend naar de tegenstander, al vindt Vermeulen dat, zoals hij het zegt, ‘de glorietijden van de Bunnikside op dat vlak wel voorbij zijn’. ,,Je moet niet altijd naar vroeger wijzen, maar zeker in de jaren 70 en 80 kwamen tegenstanders niet graag naar Galgenwaard. Niet voor niets hingen er toen spandoeken met ‘Welkom in Hel’. De Bunnikside straalde iets uit van ‘hier valt niets te halen’ en dat sloeg over op het elftal.’’

De harde kern zocht grenzen op en ging er even zo makkelijk overheen. Het is ook de reden dat Bunniksiders als Harm niet met hun achternaam in de aandacht willen. Een branchegenoot die vaak met hem meegaat, zegt. ,,Hoe je het wendt of keert, aan de Bunnikside kleeft toch ook een negatief verhaal. Daar wil je als zakenman niet altijd mee geassocieerd worden. Als het misging, was het meestal dankzij een klein clubje, maar iedere Bunniksider wordt erop aangekeken. Zo simpel werkt dat. Terwijl ik persoonlijk al dik 15 jaar op de tribune sta en nog nooit iets heb geroepen of gegooid’’, zegt de 47-jarige Houtenaar. ,,Ja, ik heb de ploeg aangemoedigd en meegedaan in de wave. Vooral in de tijd van Michael Mols was de sfeer ge-wel-dig. En het leuke is: niet veel mensen weten dat de Bunnikside een tribune is waar alles door elkaar loopt: studenten, opa’s, accountants, moeders, werklozen die hun laatste cent aan een kaartje besteden. Dat maakt die plek uniek.’’

Grady Bruce Tagee (28) is één van de bekende gezichten op de Bunnikside. Er is voor hem geen andere tribune dan de Bunnikside. ,,Ik was 7 jaar, toen ik voor het eerst naar FC Utrecht ging. Met mijn vader, die had kaartjes gekregen van Emmanuel Nwakire, die toen bij Utrecht speelde. Het was nog in het oude stadion, op de Marathontribune. Na die wedstrijd was ik direct verkocht. De sfeer, die grote stadionlampen. Maar vooral door de Bunnikside. Je keek je ogen uit en ik was enorm onder de indruk. Ik wist toen al dat ik het liefste daar wilde staan.”

Hij vervolgt: ,,Ik hou zelf heel erg van de Engelse manier van support geven. Ludieke liederen zingen, met z’n allen. De manier waarop we met z’n allen zongen voor Stijn Vreven of Ruud Boymans. Dát is de Bunnikside op z’n best. ‘Gooi je haren los’, zongen we voor Vreven. En ‘kale koppen niet te stoppen’ voor Boymans. De laatste tijd merk je dat er groepjes op de tribune staan die meer Zuid-Europese liederen zingen. Heel ritmisch en melodieus, maar het past niet zo goed bij het karakter van de club.”
Waarom de naam Bunnikside?

In zijn begintijd was de Bunnikside vooral berucht om de randverschijnselen. De opkomst van het hooliganisme sloeg Utrecht niet over. Met doelbewust geweld was de FC in die jaren 70 en 80 de Nederlandse club waar de meeste incidenten te noteren vielen. Het waren de jaren van vuurwerk op het veld en knokpartijen op de tribunes. Feitelijk heeft de Bunnikside zijn naam aan de opkomst van wantoestanden in voetbalstadions te danken. ,,Willen de heren op de Bunnikzijde ophouden met het gooien van vuurwerk’’, riep de stadionspeaker bij één van de eerste malen dat het misging. Na een officieel protest van burgemeester Meltzer van Bunnik, die zijn dorp niet geassocieerd wilde zien met een stel losgeslagen supporters, heette de tribune kortstondig Eastside, maar die naam hield niet lang stand. ,,We hebben zo veel uitgevroten wat het daglicht niet kon verdragen’’, zegt een 66-jarige oud-Bunniksider. Tegenwoordig een brave opa in een Vinex-woning in De Meern, maar dat ‘braafheidsetiket’ kan niet op zijn eerste Bunniksidejaren worden geplakt. ,,Eigenlijk speelden we een wedstrijd in een wedstrijd. Wie scoort de meeste tv-minuten? Dat was echt een dingetje tussen supportersgroepen. Alles kon mee de stadions is. Soms zelfs ploertendoders, en boksbeugels. Praat ik het goed? Nee, natuurlijk niet. Maar je moet het plaatsen in die tijd. We waren vrijbuiters. Spijt? Nee, ik heb politiebureau Paardenveld en filialen daarvan vaak van binnen gezien. Maar ook genoeg geïncasseerd, hoor. Het was zoals het was.’’



Toch is het veel te kort door de bocht om de Bunnikside uit zijn begintijd alleen maar weg te zetten als een losgeslagen bende waar anarchie heerste.

Vraag het Siege Postuma. Al decennia bestuurslid van de officiële supportersvereniging SV FC Utrecht. ,,Het was de tijd van broederschap. Verzamelen bij Zanzibar in Wijk C en samen met de trein naar de wedstrijd. De Bunnikside was één grote familie. Er was een geweldige wisselwerking tussen publiek en spelers. Tegenstanders kwamen niet graag naar Galgenwaard.’’

Scheidsrechters ook niet, herinnert Vermeulen zich. ,,‘Dick Jol weet de uitslag al,’ zongen we. De Haagse arbiter werd in verband gebracht met vermeend gokken op eigen wedstrijden. ,,Vanaf het moment dat de Bunnikside dat liedje ging zingen, begon hij opvallend in ons voordeel te fluiten.’’

Na de jaren veranderde stilaan de mores van de Bunnikside. Beveiliging werd een hot item. Relletjes werden na de eeuwwisseling ingeruild voor spreekkoren. De straffen voor (verbaal) geweld gingen omhoog. Gevolg: rellen, zoals bij de veldbestorming tegen Legia Warschau (2002) en spreekkoren, zoals tegen Ajax in 2015 (er ontstond ophef, nadat er een filmpje op YouTube was verschenen met antisemitische spreekkoren, red.) werden eerder uitzondering dan regel. De laatste keer dat de Bunnikside écht in het nieuws was? Toen ie leeg bleef tegen Ajax op 14 december 2015. Als straf voor de eerder genoemde spreekkoren.

Eigenlijk, zegt Vermeulen, ‘heeft niemand meer een kind aan de Bunnikside’. Zowel de lokale driehoek niet als tegenstanders. Want dat rellen en verwerpelijke spreekkoren uitblijven, vindt iedereen prima. Maar dat de sfeer niet meer die van voorheen is, betreurt het gros van de (ex-)Bunniksiders die we spreken. Harm: ,,De echte twaalfde man, zoals Danny Temming zo mooi zingt, is er lang niet altijd. Er zijn uitzonderingen, hoor. Celtic en Liverpool waren top. AZ in de play-offfinale. Zenit. Woensdag tegen Feyenoord was de support weer als vanouds.’’

Stilte op de tribune
 Maar op de keper beschouwd: dat het stiller is, kan ook niemand ontkennen. Volgens Postuma komt dat mede, doordat de Bunnikside gegroeid is. Als Bunniksider van het eerste uur mag je hem misschien wel de baas van de tribune noemen. Ook onder jonkies geniet hij ontzag. Hij overlegt namens de supportersvereniging met de harde kernen van rivaliserende clubs, heeft een telefoonboekje vol belangrijke nummers. ,,Vroeger had je een groepje dat de rest meetrok. Maar 1.200 man meekrijgen, is een ander verhaal dan 5.000. De samenstelling is veranderd. Er zijn meer verdeelde groepjes.’’

Bruce Tagee denkt ook dat de sfeer op de oude Bunnikside intenser was. ,,Nu waait het geluid helaas vaak weg en dat is jammer. Op die manier is het moeilijker de ploeg te steunen.”

Ook de regelgeving speelt supporters parten. Vermeulen: ,,Natuurlijk moet je alle excessen uit het verleden niet goedkeuren, zeker niet. Maar er mag tegenwoordig he-le-maal niks meer. Persoonlijk vind ik fakkels prachtig, maar daar denkt de KNVB anders over. Politie en beveiliging kijken tegenwoordig met camera’s mee tot in je binnenzak, ze weten precies wie wat roept. Vroeger zeiden ze: ‘Ah, kijk nou, dat doen die gekke supporters’. Nu is het meteen een straf en klaar. Wat voetbalfans normaal vinden om tegen elkaar te zingen, is nu al gauw discriminatie.’’

Beter tijden onder JP
Buitenstaanders snappen de taal van voetbalsupporters niet, maar maken wel de strenge regels en wetten, zeggen veel Utrechtsupporters. Dat heeft de sfeer in negatieve zin beïnvloed, vindt Vermeulen. ,, Het wedstrijdbeeld bepaalt of het publiek meedoet tegenwoordig. De glorietijden van de Bunnikside zijn voorbij. Het is minder imponerend. Al hoop ik echt dat de wisselwerking onder Jean-Paul de Jong weer blijvend gaat veranderen.’’



De Galgenwaard als plek om met knikkende knieën te betreden, is dood en begraven, zeggen veel Bunniksiders van de eerste twee generaties. En ze betreuren dat. ,,De Bunnikside pakte vroeger veel meer punten voor FC Utrecht dan nu’’, is een veel gehoorde opmerking. En ook: ,,Juist dit seizoen, nu ‘JP’ ‘ETH’ moet doen vergeten, is de Bunnikside misschien wel meer aan zet dan ooit.’’

Staanplaatsen
De komst van staanplaatsen, een wens van de supporters, moet oude tijden laten herleven komend seizoen. Dat de Bunnikside zich in positieve zin weer nadrukkelijker moet laten gelden, staat bijten kijf. Dat gevoel leeft bij veel fans. Helemaal nadat de Bunnikside in eigen stadion op alle vlakken was verslagen door de fans van Lech Poznan, afgelopen zomer. De Polen haalden alles uit de kast met fakkels en strijdliederen. Waar heel Galgenwaard zat te wachten op een vocale reactie van de Bunnikside, keek de in heel Nederland zo bekende tribune toe als een geslagen bokser. Mark van Weert, die vaak met zijn nog fanatiekere vrienden in vak L staat (24) zegt: ,,En zo voelde het ook. Zoiets mag je nooit laten gebeuren in ons stadion.’’ Vermeulen is minder kritisch. ,,Soms moet je je plek kennen. In Europa speel je tegen betere ploegen waar de supporters meer georganiseerd zijn.’’

Postuma, bedenker van de variant FC Utreg (dat scheelde verf op spandoeken, red.) hoopt net als veel medesupporters ook dat met de aanstelling van Jean-Paul de Jong oude tijden herleven. ,,Dat definitief de sfeer terugkeert van ‘hier valt niets te halen’. JP had die uitstraling als speler en hopelijk brengt hij dat als trainer ook over.’’

Avondduels
Het eerste begin was daar vrijdagavond. De positieve vocale steun tegen Feyenoord die volgde, geeft de Utrechtse burger moed dat Galgenwaard met de Bunnikside voorop voor een mogelijke ommekeer staat. Avondduels in Galgenwaard zijn per definitie sfeervoller. Wie deze week de thermometer in de Bunnikside stak, zag dat vrijdag van een massale steun, 90 minuten lang, geen sprake was. De AZ-fans hadden het in de smiezen. Een volgepakt uitvak zong jennend; ,,Wáár is de Bunnikside, waar is de Bunnikside?’’

Woensdagavond toonde de Bunnikside op een heerlijk voetbalavondje tegen Feyenoord bij vlagen zijn oude gedaante. En morgen, als de zelfbenoemde aartsrivaal Ajax komt?

Bron: AD

Supportersvereniging FC Utrecht

De SupportersVereniging FC Utrecht (SVFCU) is de officiële supportersvereniging van FC Utrecht en vertegenwoordigt met ruim 5.500 leden een aanzienlijk deel van de Utrechtse achterban.

Lid worden?