In Memory of Maarten

Stoelnummer 23 in de Galgenwaard blijft voortaan leeg
Maarten was moe, had het gehad

Geschreven door Ard Schouten en Hans Westervoorde:

Ze willen drie kinderen, van wie èèn adoptiekind. Die wens bespreken Ed en Jeanne Kroon al voor hun trouwen. Na de geboorte van Aron en Sander volgt in januari 1978 een derde kaartje waarop een gezinsuitbreiding staat. Er is een derde zoon: 'Hij komt uit Indonesië we noemen hem Maarten', schrijven de trotse adoptie-ouders uit Loenen aan de Vecht.

 


Jeanne Kroon (56) herinnert zich het ophalen van Maarten op Schiphol nog goed: ,,Hij was zeven maanden oud. Het was ijskoud. We hebben hem helemaal ingestopt. Ik trok z'n pakje zo hoog op, dat z'n voetjes bloot kwamen. Dat zag ik later pas.''

Ed Kroon (58): ,,Toen hij in Nederland kwam, was hij lichamelijk behoorlijk achter. Maar binnen zes weken zat Maarten aan de Hollandse pot. De achterstand liep hij snel in. Hij was ook heel vroeg met lopen.''

Maarten Kroon is het kind van een ongehuwde Indonesische moeder. Dat heet een schande in de kampong. Ze staat de baby af, Maarten komt in een tehuis terecht. Via de Stichting Overzeese Contacten worden contacten gelegd met de familie Kroon.

Ed Kroon: ,, Het maakte ons niet uit wie we kregen. Ach, idealisme...dat is zo'n groot woord. Maarten werd direct in het gezin opgenomen. Op straat werd er naar hem gekeken. Zo'n donker kind, met twee blonde broers. In Loenen liep de hele straat uit toen hij bij ons kwam. Maar ik geloof niet dat hij daar veel last van heeft gehad. Dat veranderde ook niet toen we in 1982 in Nieuwegein kwamen wonen, om er een dakdekkerbedrijf te beginnen. Bovendien, in een stedelijke regio zijn mensen meer gewend aan andere huidskleuren.''

Het kind Maarten blijkt voor niets of niemand bang. Ed Kroon: ,,Toen Maarten kleuter was, gingen we uit zwemmen. Lopen we langs het diepe naar het kleuterbad, springt hij ineens in het diepe. Ik erachteraan. Heb ik hem op de kant, gaat 'ie weer!'' ,,En duiken, tijdens een vakantie in de Jura! Ze hadden de bovenste plank van de duiktoren gesloten, zo hard waaide het. Maar metershoog, op de op èèn na hoogste plank, stond 'ie. Duwt zo'n klein donker mannetje de grotere Franse knapen aan de kant. Want hij wilde duiken.''

Als tiener wil adoptiekind Maarten weten waar hij vandaan komt, wie z'n biologische ouders zijn. De Kroons sparen geld om met z'n drieeen naar Indonesië te gaan, op zoek. Maar het voortraject levert al zoveel teleurstelling op dat van de reis wordt afgezien.

Ed Kroon: ,,Alle formulieren rond de adoptie bleken vervalst. Dat had dus geen zin. We hebben het bij het tv-programma Spoorloos geprobeerd. Maar het werd afgewezen. Dat was, achteraf gezien, denk ik, een breekpunt in zijn leven. Ik ben geen psycholoog, maar het heeft hem erg geraakt.'' ,,Ik ben niemand, ik ben niks, met vervalste papieren, zei hij. Ja wat zeg je dan? Maarten, om te beginnen heb je ons, wij houden van je. Je schrikt er wel van, je trekt het je natuurlijk aan. Of we professionele hulp moesten zoeken? Nee, dat hoefde niet van hem. Maarten was ook erg dapper.

Het blijkt zonder dat Ed en Jeanne dat weten de tweede teleurstelling die Maarten moet verwerken in de zoektocht naar zijn biologische ouders. Want hoezeer de vraagtekens over zijn Maarten bezig houden, blijkt als hij zijn ouders vertelt over een brief die hij al jaren eerder schreef. Als jochie van 9.

Daarin vraagt hij een adoptie-instantie antwoord te geven op zijn vele vragen. Maar een reactie bleef uit. De jonge Maarten Kroon is inmiddels bij VSV Vreeswijk een verdienstelijk voetballer, vindt ook een scout van PSV. De Eindhovense club adviseert de familie om Maarten bij Elinkwijk te stallen.

Ed Kroon: ,,Ik ging graag naar hem kijken. Het was een middenvelder, met een goede pass. En vreselijk hard. Hij kon uitdelen, maar ook incasseren.'' Lachend: ,,Dan kreeg 'ie een schop, gaf geen krimp, maar je was er zeker van dat zijn belager korte tijd later ook gestrekt op het gras lag.'' ,,Hij zat hier in Nieuwegein op de havo, het Anna van Rijn. Het werd hem om een gegeven moment te zwaar. Drie keer trainen en de school. Hij speelde daarna nog twee jaar bij Geinoord. Toen hij overging naar de selectie van het eerste elftal, stopte hij vrij abrupt.'

Jeanne Kroon: ,,Waarom? Dat weten we eigenlijk niet. Maarten was een stille jongen. Je moest echt alles uit hem trekken. Je kon maar af en toe in zijn ziel kijken. Maar dat was Maarten.'' ,Later hoorde ik dat hij bij vrienden honderduit praatte. Dat verbaasde me. Maar ja, het bleek dat hij bij vrienden wel veel sprak, maar weinig vertelde. Het waren steeds dezelfde verhalen.'' Voetbal, sport in het algemeen trouwens, betekent veel voor Maarten. Op zijn zestiende wordt hij fanatiek aanhanger van FC Utrecht. Dat het de FC wordt, is niet zo vreemd. Z'n ouders zitten in de business club. En zijn vrienden waren kind aan huis in de Galgenwaard.

Ed Kroon: ,,Dat fanatieke vonden we niet altijd leuk, dat spreekt vanzelf. Ik wil er niet omheen draaien, hij deed ook mee aan rellen. Maarten heeft ooit een stadionverbod gehad. Politie voor de deur, dat soort dingen. Niet leuk, nee, natuurlijk niet. Maar wat moet je? Ik heb hem herhaaldelijk toegesproken. Jongen, gebruik je hersens nou eens. Maar op Maarten kon je niet lang boos blijven. Je keek hem in de ogen, hij accepteerde z'n straf, maar ja, het was gebeurd...''

Maarten geniet onder supporters respect, is een soort leider. Ed Kroon: ,,Ja, we zeiden hier wel eens: we hebben twee Maartens. Onze Maarten, de stille, en de FC Utrecht-supporter. Voor de bekerfinale tegen Feyenoord huurde hij een bus. Had hij geregeld, maar die bus moest wel heel blijven. Hij heeft toen een speech gehouden...reken maar dat die bus er perfect uitzag toen ze terugkwamen.''

Maarten gaat ook kickboksen. Jeanne Kroon: ,,Afschuwelijk vond ik dat. Wat een rotsport! Ja maar, mam, het is alleen maar om te trainen, hoor. Kijken deed ik nooit, ik was zo de ring ingesprongen als hem iets werd aangedaan.''

Ed Kroon: ,,Hij ging toch wedstrijden doen. Maarten was zo driest, hij sloeg bijna iedereen knock-out. Eenmaal in de ring was 'ie niet meer de houden. Dat was weer de andere Maarten. De onze van thuis was de rust zelve. En hij stond voor andere mensen klaar. Voor de een was hij een grote broer, voor de ander een soort tweede vader. Dat is ons wel duidelijk geworden uit de vele reacties.'' De volwassen Maarten werkt na het afronden van de meao eerst bij de Rabobank.

Ed Kroon: ,,Buitenlandse valuta deed hij. Dat vond hij vreselijk saai.'' Komt vervolgens bij vader in het dakdekkerbedrijf: ,,Maarten op het dak, slopen... 'De Beul' noemden de collega's hem. Dat lichamelijke had 'ie altijd al. Hij was vreselijk ijdel. Zes dagen per week trainen,een afgetraind bekkie.''

Maarten verlaat in 1999 het ouderlijk huis, gaat in Utrecht wonen. Vriendinnen heeft hij genoeg, maar voor een langdurige vaste relatie ontbreekt de rust, constateren Jeanne en Ed Kroon, die hem wel geregeld blijven zien.

Ed Kroon: ,,Hij kwam vaak aanwippen. Niet lang, kwartiertje, colaatje en weer weg. Als ik hier in Nieuwegein een rijsttafel maakte, rook hij dat in zijn flatje in Overvecht, vermoed ik. Stond 'ie ineens voor de deur.'' Van samen 'rijsttafelen' zal het niet meer komen. In de nachtelijke uren van 23 december 2003 schrijft Maarten Kroon een afscheidsbrief. Het ligt aan niemand, hij is gewoon niet gelukkig.

Jeanne Kroon: ,,Maarten was niet op zijn werk verschenen. Dat gebeurde wel vaker als hij diep in slaap was. Ik ben naar Utrecht gegaan, heb op het raam gebonsd, de bel ingedrukt gehouden. De knip zat op de deur, het licht brandde, hij moest thuis zijn. Met zijn collega Bert heb ik een raampje ingeslagen, zijn samen het huis binnen gekropen.'' Ze snikt, staart lang voor zich uit. Ineens is ze weer terug op die vreselijke ochtend van de 23ste december.,,Maarten lag tussen de tafel en de bank op de grond. Ik dacht dat hij was gevallen. Hij had een zwart ding in zijn hand, ik dacht de afstandbediening. De televisie stond aan. Hij lag daar, ademde moeilijk. We hebben direct 112 gebeld. We werden naar buiten geleid. Toen kwam een politie-agent met het pistool naar buiten. Heel vreemd, je wilt het niet geloven. Je denkt nog aan een misdrijf, ik had zijn afscheidsbrief helemaal niet op tafel zien liggen.'' Daarna is alles in een roes gegaan.

Ed Kroon arriveert later: ,,In het ziekenhuis krijg je te horen dat hij een scan ondergaat. Dat geeft toch hoop. Maar direct daarna werd ons verteld dat we nergens op moesten rekenen. 'Maarten heeft zich door zijn slaap heen geschoten'. Heeft 'ie een donorcodicil, vroegen ze. Wisten we niet. Of wij dan toestemming gaven, mocht het mis gaan. We keken elkaar aan en knikten tegelijkertijd. We beseften... zelfs al zou hij overleven, was er zoveel schade aangericht. Hij zou een kasplantje zijn geweest.''

Jeanne Kroon: ,,Dat hij dat nooit wilde wisten we wel. Maarten zou onze Maarten niet meer zijn. Korte tijd later bleek hij te zijn overleden. Of 'bij ons weggegaan' zoals we veel liever zeggen.''

Ed Kroon: ,,Sindsdien is het alsof je van buitenaf naar je eigen leven staat te kijken. De dag ervoor had ik hem nog gezien. Doei, ik ga naar Amsterdam. Ik heb helemaal niks gemerkt. Naderhand, ja, naderhand, waren er wel signalen.''

Jeanne Kroon: ,,Hij had zijn goudvis en zijn konijntje aan vrienden meegegeven, om te verzorgen. Maarten had gezegd: 'Ik ga een paar weken weg'. 's Ochtends om kwart over vijf heeft hij nog een vriend gebeld met de mededeling dat hij knopen ging doorhakken. Of hij naar Maarten toe moest komen? Nee, dat was niet nodig.''

Ed Kroon: ,,Z'n computer was schoon. Hij heeft het niet in een vlaag gedaan. Maarten heeft er weken over nagedacht. Uit zijn afscheidsbrief bleek dat hij moe was, het had gehad. Er sprak iets uit van 'als jullie er niet waren geweest, dan was het veel eerder gebeurd'. Een liefdevolle en troostende brief. Net zoals de uitvaart, met al die FC Utrecht-supporters.'' Maarten wordt naar zijn laatste rustplaats gebracht door honderden FC-supporters, die, zwijgend, bengaals vuur afsteken en een erehaag vormen. ,,Dat was een heel warme deken. Jongen, je hebt wat teweeg gebracht, dachten we. Ik noemde ze de Gouden in plaats van de HardeKern.'' Ed en Jeanne Kroon overdenken de laatste weken. Zo raar allemaal. In zijn afscheidsbrief lezen ze pas dat hij al enige tijd een nieuwe vriendin had. ,,Vreemd als je dan ineens als volslagen onbekenden tegenover elkaar komt te staan. Vreselijk ook voor dat meisje.'' Zelfverwijten. Hadden ze maar geweten waar hun Maarten mee bezig was.

Ed Kroon: ,,We willen zo graag weten hoe hij die laatste minuten heeft beleefd, wat er precies in hem om ging.''

Jeanne Kroon: ,,Ik had zo graag bij hem willen zijn. Al had hij het dan natuurlijk niet gedaan. Maar toch... ik vind het vreselijk dat hij juist op dat moment alleen was.''

Ed Kroon: ,,Schuldig voelen we ons niet. Al ga je je, achteraf, toch verwijten maken. Hoe onterecht ook misschien. Dit is zo onomkeerbaar. We moeten zonder Maarten verder.''

Jeanne Kroon: ,,Ik hoop dat 'ie gelukkig is, daarboven.'' Na een zelfdoding rouwen nabestaanden meestal in stilte. Maar als honderden FC Utrecht-supporters afscheid nemen van hun vriend is dat anders.

Maarten Kroon (26) fanatiek FC Utrecht-supporter besloot vlak voor kerst dat hij niet meer verder wilde. Voortaan blijft zijn stoelnummer 23 in vak U van de Galgenwaard leeg. Zijn ouders over Maartens

Afscheidsbrief Maarten

Lieve pa, ma, Sander, Aron, familie, Mario, vrienden,
< em>Zonder jullie was ik allang dood.
< em>Zonder mijn familie was ik niks.
< em>Ik heb alles aan jullie te danken.
< em>Ik hou echt van jullie, het spijt me zo maar ik ben gewoon niet gelukkig.
< em>Nogmaals het heeft nooit aan iemand gelegen, behalve mezelf, ik ben
< em>gewoon moe van alles.
< em>Lieve Meike, ik ben zo blij dat ik jou nog gekend heb.
< em>Je bent zo lief.
< em>Iedereen en iedereen die ik niet genoemd heb, of vergeten ben, vergeef
< em>me, ooit, sorry.
< em>Maarten.

Supportersvereniging FC Utrecht

De SupportersVereniging FC Utrecht (SVFCU) is de officiële supportersvereniging van FC Utrecht en vertegenwoordigt met ruim 5.500 leden een aanzienlijk deel van de Utrechtse achterban.

Lid worden?