TEXT_SIZE
 

Since 70


Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Laatst aangepast op dinsdag, 06 november 2012 12:29 Geschreven door Forza Juni 2012 dinsdag, 06 november 2012 12:26

Mei 1978
FC Utrecht: "Jeugd in plaats van geld"

Tekst: Wim Raucamp

FC Utrecht kijkt met gemengde gevoelens terug op het afgelopen seizoen. Men wilde de verrassend hoge klas­sering van twee sei­zoenen terug herhalen, maar het werd al snel duidelijk dat dat niet haalbaar was. In plaats daarvan kwam FC Utrecht danig in de problemen. Door het weg­vallen van een flink aantal spelers in ver­band met blessures verkeerde FC Utrecht zelfs in degradatiegevaar, maar omdat de laatste weken van de competitie met goede resultaten wer­den bekroond, bleef FC Utrecht die  ellende bespaard. Het grootste pluspunt betekende ongetwijfeld het aan­tal jongeren dat door de blessures veel sneller aan de bak moest dan was verondersteld.

FC Utrecht kreeg daardoor de gelegen­heid om te zien hoe de door trainer Han Berger opgezette scouting en het jeugdplan in de praktijk functio­neerden. In de beleids­nota die in december vorig jaar verscheen onder de oudbollige ti­tel "Kan FC Utrecht bij U terecht?" werd onder meer duidelijk ge­steld, dat FC Utrecht van grote aankopen af moest en voortaan spelers door moest sto­ten uit de eigen jeugd, in veel gevallen ver­kregen via de actieve scouting.

In dezelfde beleidsnota werd ook uiteengezet, dat het FC Utrecht lang aan visie ontbrak en dat daarin nu verandering is gekomen. Grootste wens is nu nog de bouw van een nieuw stadion. Of dat er komt is de vraag,. maar uitgesloten is het zeker niet. Wel staat vast dat FC Utrecht een andere richting is ingeslagen. Een onzekere, dat wel, want ook dit seizoen kent FC Utrecht een tekort: 300.000 gulden.

Al te zwaar moet er nou ook weer niet aan dat bedrag worden getild. Wat is in deze tijd 300.000 gulden nog helemaal, in de voetballerij dan. Er zijn ook clubs wiens ex­ploitatietekorten groter zijn. Feye­noord bijvoorbeeld, dat  twee plaat­sen lager eindigde dan FC Utrecht, heeft dit seizoen afgeslo­ten met een tekort, dat bijna het zevenvoudige beliep. Het exploita­tietekort van FC Utrecht is ont­staan, doordat de bezoekersaantal­len beneden de verwachtingen zijn gebleven.  Je zou het een zorgelijke situatie kunnen noemen, maar aan de andere kant is dat, op enkele uitzonderingen na, de tendens in het betaalde voetbal. De toeschouwers laten het meer en meer af weten; maar dat is een ander ver­haal.

Voorzitter Cees Werkhoven noemt de financiële situatie van FC Utrecht ronduit slecht, maar als verzach­tende maatstaf kan gelden dat FC Utrecht duidelijk met een ombouw­periode bezig is. Hoewel het niet helemaal opgaat, zou er een ver­gelijking zijn te maken met het FC VVV van een aantal jaren terug. Ook daar werd op een gegeven moment gestart met een prima op­gezet scouting- en jeugdsysteem, dat ook dit seizoen al vruchten heeft afgeworpen. FC Utrecht staat wat dat betreft nog maar min of meer aan het begin. In Utrecht luidt de verwachting dat het twee tot vier jaar zal duren om een nieuw elftal·te formeren. Een nieuw elftal met een paar routiniers en verder uit­sluitend jonge spelers, voortgeko­men uit de eigen opleiding. FC Utrecht streeft naar een combinatie van 'jonge spelers gekoppeld aan prestaties. Alleen dan blijft het publiek komen. Ruggen steuntje vormt ongetwijfeld het feit, dat FC Utrecht de laatste twaalf competitiewed­strijden uitstekend voor de dag is gekomen met een elftal met heel wat jongere spelers. Daarover straks meer. Terug naar de beleidsnota, waarin men de nieuwe visie aankondigde. Die visie is inmiddels wel duidelijk geworden: een totale or­ganisatorische structuur gericht op de toekomst en ruim aandacht voor de,  zoals dat zo mooi heet, "onder­bouw". De scouting en het jeugd­plan·dus.

" FC Utrecht een tekort: 300.000 gulden"

In bestuurlijk en structureel opzicht is er een basis gelegd om de zaak professioneler aan te pakken. Dat is onder meer af te lei­den uit het aanstellen van een full­time directeur (Hesselberth), die het professionele gedeelte intern in de gaten dient te houden. Verder streeft het bestuur van FC Utrecht er naar om op een zo adequaat mogelijke manier te functioneren ten aanzien van de spelersgroep. Met andere woorden: de verhou­ding bestuur-spelersgroep moet meer en meer verbeterd worden, zonder echter direct te streven naar het optimale, want een voetballer moet ten slotte ook iets te kanke­ren resten, een factor die aardig aansluit op onze nationale volks­aard.

Toch is FC Utrecht best te spreken over haar spelersgroep. Ge­zien de financiële situatie hebben de spelers zich tamelijk reëel op­gesteld; ze zijn niet met eisen ge­komen die in normale omstandig­heden al niet haalbaar zouden zijn. Ook de spelers beseffen dat FC Utrecht de tering naar de nering moet zetten, in ieder geval voorlo­pig. Het grootste belang wordt door het bestuur nu gehecht aan het nieuwe stadion. Daar is op het ogenblik overigens nog niets con­creets over te melden. Er is dus een ambtelijke werkgroep aan de slag, maar over de afloop is niets bekend. FC Utrecht verschuilt zich achter de gedachte dat de stad Utrecht een nieuw stadion hard nodig heeft, ook al gezien de inder­daad matige accommodatie die de Galgenwaard in deze tijd biedt.

"'Jonge spelers gekoppeld aan prestaties"

Het plan voor het nieuwe stadion (ideetje van voorzitter Cees Werk­hoven) is in ieder geval enthousiast ontvangen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de aanmeldingen van de dames en heren beleggers in Nederland. De voorkeur van FC Utrecht ten aan­zien van het nieuwe stadion gaat uit naar de duurste versie (kosten: ongeveer 23 miljoen gulden), een stadion, gecombineerd met bedrijfs­ruimten. Vooral in verband met het laatste verwacht men een gunsti­ger rendement dan van de goed­koopste variant. Inmiddels hebben andere clubs belangstelling ge­toond voor de combinatie stadion/ bedrijfsruimten. Als alles goed gaat start de bouw van het nieuwe com­plex volgend jaar april. Met de bouw is een periode van ongeveer acht maanden gemoeid.

Dat zou beteke­nen dat FC Utrecht het seizoen 1979/1980 naar elders uitwijkt, naar Elinkwijk om precies te zijn. De capaciteit van het Elinkwijk-terrein zou dan moeten groeien van onge­veer 9.000 naar 15.000 plaatsen, een aantal dat men in Utrecht voorlopig voldoende acht. Posi­tieve reacties op de' plannen van een nieuw complex, positieve reac­ties ook op de beleidsnota in z'n geheel. Alleen een speciaal aange­sproken groep in die nota heeft het af laten weten. Het bestuur van FC Utrecht hoopte via de nota, waarin de nieuwe aanpak uiteen werd gezet, het bedrijfsleven te interesseren. Maar dat viel tegen. Niet één bedrijf uit Utrecht en om­geving is op dit moment bereid om "iets" met FC Utrecht te gaan doen. AI zou het kunnen zijn dat het be­drijfsleven even afwacht;' afwacht of de plannen met betrekking tot het nieuwe complex verwezenlijkt kunnen worden.

" Een centrale trai­ning voor spelers van·amateur­verenigingen"

Wel weet FC Utrecht zich verzekerd van gemeentelijke subsi­die. Dit jaar 305.000 gulden plus een extraatje van burge­meester Vonhoff en consorten ten bedrage van 25.000 gulden. Zoals de zaken nu liggen kan FC Utrecht het komend seizoen rekenen op 317.000 gulden.

Het is al geschetst: met dat geld zullen geen spelers meer worden gekocht. In principe komen er in de nabije toekomst alleen nog maar spelers voor FC Utrecht in aanmer­king die zijn voortgekomen via de eigen opleiding. Zoals dat dit jaar al het geval was met Van Breuke­len, Du Chatinier, Van Tamelen en Gozems. Stuk voor stuk jonge kna­pen die aan het slot van de vorige competitie al aan bod kwamen. Die competitie stond toch al in het te­ken van een verjonging. Of met andere woorden  vernieuwing. Want ook vleugel­verdediger Tervoort (overgenomen van AZ '67) speelde voor het eerst een compleet seizoen in de Ere­divisie. Het geldt ook voor Witbaard, De Kruyk en natuurlijk Flight. En als we trainer Han Berger moeten geloven heeft FC Utrecht nog veel meer jong talent achter de hand. Een paar namen, al zeggen ze mis­schien weinig tot niets: Reglero, Oostdam, Wijnberg, Kruys en Does­burg. Ach, het is best leuk om te kijken of we die namen nog eens tegen komen. De vijf nu nog onbekende grootheden zijn allemaal bij FC Utrecht gekomen via het scoutingapparaat, opge­zet door Han Berger.

" Niet na een jaar zeggen: weg ermee"

Twee rappor­ten schreef Berger erover, scou­ting en het jeugdplan. Het begint nu effectief te worden. Er is bij voorbeeld een centrale training voor spelers in de leeftijdsgroepen 12-14, 14-16 en 16-18 jaar. Een centrale trai­ning voor spelers van·amateur­verenigingen die één keer per week bij FC Utrecht trainen. De mede­werking van de amateurclubs uit de regio Utrecht is er nu, nadat een aantal clubs eerst liever de kat uit de boom uitkeek. De grotere amateurclubs doen nu mee, dat heeft gevolgen voor de kleinere, want doet zo'n club niet mee, dan zit de mogelijkheid erin dat een speler van amateurvereniging ver­andert, omdat hij bij FC Utrecht wil trainen. Hij moet ·er natuurlijk goed genoeg voor zijn, maar het is toch voorgekomen. Vorig jaar zijn er drie spelers via de centrale training bij Jong FC Utrecht door­gekomen en ook dit jaar zal dat aantal waarschijnlijk weer wor­den gehaald. Er is een speciale be­geleidingscommissie in het leven geroepen die de problemen van de betrokkenen (school, thuis en werk) kan doorpraten. Verder worden er regelmatig contactavonden gehou­den voor de ouders, kortom: zo te zien kleven er nauwelijks nadelen aan dit jeugdplan.

En dan de scou­ting, eveneens opgezet door Han Berger. FC Utrecht past de scou­ting zuiver regionaal toe. Niet zoals Roda JC bijvoorbeeld, dat met name in Zeeland nogal goed is ingevoerd. Alleen clubs uit Utrecht en directe omgeving wor­den bekeken, of het nou Hoofdklasse of Afdeling is. Dit jaar heeft FC Utrecht een kleine honderd namen in de administratie van het scoutingapparaat verwerkt, tien daarvan zijn door FC Utrecht uit­verkoren. Als amateur wel te ver­staan. De best vertegenwoordigde leeftijdsgroep is 16-18 jaar, zeg maar zeventien jaar, dat is de gemiddelde leef­tijd ook van de tien spelers die een toekomst zouden kunnen hebben bij FC Utrecht.

Dergelijke ambitieuze zaken hebben voor sommigen natuurlijk nadelige gevolgen. Berger komt immers het  volgende seizoen in de omstandig­heid te verkeren dat hij een wel zeer ruime keuze kan maken. Hij kan eigenlijk niet meer om de jongere spelers heen die nu aan het lijfs­behoud hebben meegewerkt. Maar het is voor een trainer natuurlijk prettiger om bijna niet te kunnen kiezen omdat het aanbod zo ruim is, dan maar met moeite een elftal op de been te kunnen brengen. Het is natuurlijk wel de vraag of de spelers die hij wil houden ook be­houden kunnen worden, maar dat er oudere spelers zullen afvallen staat wel vast. De keuze tussen een speler van, pakweg twintig jaar en iemand die de dertig ruimschoots is gepasseerd, is niet bijster moei­lijk. Dat kan aanvankelijk andere gevolgen hebben. Het blijft toch de vraag hoe het Utrechts publiek reageert op de nieuwe situatie. Een voorbeeld: dat publiek morde nogal over het passeren van de in Utrecht mateloos populaire Istatov. Maar ik vind dat Berger zich daar niet al teveel van moet aantrekken. Hij heeft de beschikking over een aantal talentvolle jongere spelers die al bewezen hebben het Eredivisie­niveau aan te kunnen. Voor senti­menten is er in de voetbalwereld nou eenmaal weinig plaats.

Veel zal overigens ook afhangen hoe de contractbesprekingen gaan ver­lopen. De verbintenissen van Van Staa, Witbaard, Tervoort, Hilde­brand, Hulshorst en Streuer lopen af. En niet te vergeten dat van Wickel, want Wickel is de speler die Berger in ieder geval wil be­houden. Voor elke linie heeft Ber­ger een speler die hij koste wat kost wil behouden. Naast Wickel zijn dat middenvelder Flight en spits Van Veen. Berger zal  terecht ­willen voorkomen dat z'n beste spelers hem ontvallen. Of Flight kan worden behouden is echter de vraag. Flight tekende vorig jaar een contract waarin een clausule is op­genomen dat hij nu voor 125.000 gulden' weg mag. Dat lijkt onver­standig  maar vergeet niet dat toen het contract werd afgesloten, Flight nog niet eens een vaste plek had. Flight is trouwens een aardig voor­beeld van hoe een scoutingsysteem kan werken: Flight werd door FC Utrecht weggehaald bij een club die in de derde klasse van de af­deling Utrecht speelde; een lager niveau kan·eigenlijk niet. De denk­wijze van FC Utrecht is dat spelers die door de club zijn opgeleid ook als het even kan moeten worden behouden. Men wil er vanaf om spelers (lees: amateurs) voor 3000 gulden te kopen, op te leiden en dan vervolgens voor 250.000 gul­den te moeten afstaan, zoals met Oostrom (nu FC WV) is gebeurd. Dat is ook de opdracht van het bestuur aan Berger: spelers zelf opleiden en voor FC Utrecht zelf bestemmen. Met andere woorden: de onderbouw voortdurend in de gaten houden en zorgen dat je toch in kwalitatief opzicht bijblijft. Dan kunnen er prestaties worden gele­verd en dan komt het publiek ook,  althans zo denkt het bestuur van FC Utrecht er ongeveer over. Waar­bij men er dan ook naar streeft om spelers die een opleiding krijgen niet te snel te laten vertrekken. Niet na een jaar zeggen: weg ermee. Daarom is die gemiddelde' leeftijd van zeventien jaar ook zo belangrijk. Dan heb je toch zeker een jaar of drie de tijd om een speler volledig te kunnen observeren. Lang ge­noeg om tot een beslissing te kun­nen komen.

Tot zover de blik op de toekomst van FC Utrecht. Een toekomst die er op zich best aardig uitziet. Op tijd heeft men 'in Utrecht ingezien dat er een verkeerde richting was gekozen. De komst van Han Berger heeft bewerkstelligd dat er een ander FC Utrecht aan het ontstaan is, een FC Utrecht dat een turbu­lente periode lijkt te hebben afge­sloten. Berger heeft nog een con­tract voor een seizoen, maar nu al wordt serieus overwogen om Ber­ger langer te binden. Hij heeft er zelf wel oren naar. Ook hij is be­nieuwd hoe het verder zal gaan. Of FC Utrecht over een jaar of twee, drie boven de middenmoot kan uitgroeien. Of alle plannen tot iets tastbaars leiden, of dat er mis­schien slechts sprake is geweest van utopie.

 

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Laatst aangepast op dinsdag, 06 november 2012 12:30 Geschreven door Forza Maart 2012 dinsdag, 06 november 2012 12:04

 FC Utrecht coach Barry Huges 1983-1984

"Ik ben een topper in dit vak"
Tekst: Johan Derksen
Foto's: Piet van der Klooster


"Barry Hughes" staat er met grote witte letters op de deur. Achter de deur zetelt de entertrainer die nu de sfeer al bepaalt bij FC Utrecht. Als trainer- coach is Barry Hughes een geschenk uit de hemel voor voetballers. Zijn trainingen zijn goed, alles met de bal, zijn coaching verraadt praktijkervaring en daarnaast zorgt Barry Hughes voor een geweldige voetbalsfeer. De FC Utrecht-spelers lopen met hem weg, hetgeen in interviews tot uiting komt. Dat is leuk, maar het komt tegelijkertijd over alsof Han Berger niet goed functioneerde bij FC Utrecht. Han Berger heeft echter fantastisch werk geleverd bij de club, hij bouwde een nieuw elftal op, dat bijna geheel uit regionale talenten bestond. Hij sleepte de club door het zwartgeld- schandaal heen en hij vestigde zich met FC Utrecht in de subtop. Op het moment dat Barry Hughes in een interview verklaarde, dat het hem tegenviel, dat de spelers bepaalde specifieke voetbalonderdelen niet beheersten, was de eerste rel een feit. In het hypergevoelige voetbalwereldje, dat bol staat van afgunst en prestatiedrang, moet ieder woord op een goudschaaltje gewogen worden. Han Berger voelt zich in ieder geval in zijn eer aangetast en haalde onvolwassen/onverstandig uit in De Telegraaf: “Ik kom die Barry Hughes nog wel tegen dit seizoen”.

Barry Hughes voelt zich thuis bij FC Utrecht. "Iedere morgen rijd ik hier met veel plezier heen. Ik ben echt trots op dit mooie stadion. Ik geloof dat iedereen trots op dit stadion is, ook de supporters, er staan nergens teksten op de muren, dat is een goed teken. Het is geweldig om mijn vriend Brian Clough hier te mogen ontvangen. Sparta had een fijn stadion, maar hier zit ook nog publiek. Er zijn in Nederland echt wel fijne stadions, NAC en FC Groningen hebben echte voetbalstadions, De Kuip is uniek, PSV is erg mooi, maar FC Utrecht heeft het beste stadion. Voor mij is dat belangrijk, het publiek zit bovenop het veld, sfeer is belangrijk voor voetballers. Wanneer je als voetballer in Engeland het veld opkomt, kun je haast niet slecht spelen. Die sfeer proef ik hier ook, ik ruik het. Wanneer ik bij Manchester United naar de middenstip loop, terwijl het stadion leeg is, krijg ik toch een brok in mijn keel, datzelfde had ik, toen ik hier naar de middenstip liep en om me heen keek."

Barry Hughes tekende al vrij vroeg voor FC Utrecht. Later wisten insiders te melden, dat hij te
vroeg getekend had, omdat PSV en Feyenoord ook geïnteresseerd zouden zijn. "Die geruchten heb ik achteraf ook gehoord", zegt Barry Hughes. "FC Utrecht belde echter in december, PSV en Feyenoord niet. Daarbij komt nog, dat Thijs Libregts bij PSV werkte en bij Feyenoord was er nog geen sprake van het vertrek van Hans Kraay. Er waren wel wat geruchten, Rinus Michels werd genoemd als de nieuwe PSV- trainer. Ik heb alleen met feiten te maken, FC Utrecht belde me, die club sprak me aan, daarom heb ik vrij snel getekend en ik heb er geen moment spijt van gehad."

Barry Hughes is de afgelopen tien jaar veranderd. Privé is hij nog even vermakelijk als voorheen, maar als trainer-coach is hij volwassen geworden. In de publiciteit braakt hij geen ongenuanceerde blufverhalen meer uit en hij raakt niet meer in paniek na een serie nederlagen. Bij Haarlem legde hij de basis voor een nieuw elftal. Hij scoutte Edward Metgod, Wim Bals en Ruud Gullit, terwijl hij de onopvallende voetballer Martin Haar naar Haarlem haalde, waar hij zou uitgroeien tot een vedette. Bij Sparta presteerde hij goed met spelers als David Loggie, Wim Suurbier, Dick Advocaat, Chris Dekker en Ruud Geels, maar toen deze spelers vertrokken, realiseerde hij met spelers uit de
Sparta-voetbalschool Europees voetbal. "De jeugd krijgt vaak noodgedwongen een kans", zegt hij. "Bij Sparta werden alle dure jongens verkocht, natuurlijk ben je daar als trainer niet blij mee. Toen ik daar mee geconfronteerd werd, moest ik de jeugd wel opstellen. Die jongens bleken het fantastisch te doen. Dat hadden we nooit geweten, wanneer de routiniers niet verkocht waren. Bij Sparta lukte het, maar het gaat ook vaak mis. Bij Haarlem heb ik ooit dezelfde situatie meegemaakt, daar lukte het niet. De resultaten moeten een beetje meezitten, bij Sparta was dat het geval, toen kregen die jonge spelers zelfvertrouwen, maar bij Haarlem bleven we onderin hangen, dan wordt de druk te groot.”

Barry Hughes genoot zijn voetbalopleiding in Engeland. Hij trok als jongen van zestien jaar uit zijn geboortestreek in Wales naar Birmingham, waar hij als apprentice (leerling-prof) in dienst trad bij West Bromwich Albion, twee jaar later kreeg hij een prof-contract, maar de grote doorbraak is nooit gekomen, omdat hij zijn been brak. Tijdens de revalidatie werd hij verkocht aan Blauw Wit. Hij bleef in Nederland hangen, maar de Engelse voetbaldisciplines zijn nog steeds heilig voor Barry Hughes. Tijdens de trainingen dragen de spelers dezelfde tenues. Alles ligt 's morgens keurig klaar in de kleedkamer; een shirt, een broek, kousen, een trainingspak, een handdoek, bedslippers en keurig gepoetste schoenen. In Engeland moeten de jeugdspelers de schoenen van de profs poetsen, maar omdat je Nederlandse jeugdspelers nooit zo gek krijgt, heeft FC Utrecht een materiaalverzorger voor de schoenen. Tussen de middag gaan de spelers thuis eten, maar om drie uur ligt alles weer klaar voor de middagtraining. Hetzelfde geldt voor de spelers van het tweede elftal, die 's avonds trainen, en voor de getalenteerde jeugd van de amateurclubs uit de regio, die één keer per week bij FC Utrecht trainen.

Barry Hughes: "Dat hoort er bij, dat is een bepaalde discipline. De spelers moeten het fijn vinden om bij FC Utrecht te spelen. Ik heb meteen drie manden in de kleedkamer laten zetten, één voor shirts, één voor broekjes en één voor de kousen. Na de trainingen gooien de spelers hun spullen in die manden. Er wordt niet meer gerookt in de kleedkamer, door het hele stadion stonden asbakken, die heb ik allemaal weggehaald. De materiaalman, Wijnand Nietveld, is blij met mij, ik wil dat de spelers er perfect bijlopen en dat alles goed georganiseerd is. Dat is precies in zijn straatje, zijn materiaalhok ziet er perfect uit. Een dergelijke voetbaldiscipline is belangrijk, ik wil geen randfiguren op de elftalfoto. Ik ben de trainer-coach, ik zit op de foto en de verzorger, Martin Ockhuysen, staat op de foto. Ik wil een nette foto. Er moet een lijn door een club lopen, die lijn bepaal ik, in het begin vinden de spelers dat een beetje vreemd, maar de kleine dingen zijn heel belangrijk in het voetbal. Wanneer, de discipline buiten het veld zoek is, kan er nooit discipline in het veld zijn."

Jan Verkaik was hulptrainer in full-time dienst bij FC Utrecht, maar Barry Hughes had geen behoefte aan een full-time hulptrainer. Hij zegt: "Het contract met Jan Verkaik liep af. Ik maak geen
gebruik van een hulptrainer. Ik ben alleen verantwoordelijk voor het eerste elftal, mijn hulptrainer
is verantwoordelijk voor het tweede elftal. Zo werk ik al jaren. Mijn hulptrainer hoeft daarom geen full-timer te zijn. Dat heb ik tegen het bestuur gezegd, het had niets met Jan Verkaik te maken, ik ken hem nauwelijks. Ed van Stijn is verantwoordelijk voor de scouting en voor de jeugdopleiding, die door Han Berger is opgezet. Hij adviseerde mij om Jan Streuer te nemen. Jan Streuer is een karakterjongen, na twee gebroken benen kwam hij toch weer terug als voetballer, dat sprak me aan. Hij heeft tevens voor FC Utrecht gespeeld, evenals Ed van Stijn, ook dat vind ik belangrijk. Ed van Stijn en Jan Streuer zijn andere typen dan ik, maar het zijn wel voetbaljongens, daarom klikt het. We hoeven niet uitgebreid te vergaderen, wij spreken voetbaltaal, dan heb je maar twee woorden nodig om iets duidelijk te maken."

Bij Haarlem was Barry Hughes verantwoordelijk voor het hele gebeuren, maar bij Sparta is hij gaan inzien dat een dergelijke constructie niet juist is. Hij zegt: "Bij Haarlem regelde ik alles, ik deed ook de scouting, daarvoor had ik een man of twaalf die de velden afliepen. Toen ik naar Sparta ging, stapten-die scouts echter ook op. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, daarom is de bij Sparta gehanteerde methode beter. De scouting is daar in handen van Hans Sonneveld, wanneer de trainer vertrekt, draait de scouting normaal door. De scouting mag nooit vastzitten aan een
trainer, dat is niet goed voor de club. Bij FC Utrecht is Ed van Stijn verantwoordelijk voor de scouting. Zijn organisatie blijft intact, wat er ook gebeurt met de trainer."          \

Ondanks het feit dat Barry Hughes trouw blijft aan de voetbalwetten van zijn vaderland, heeft hij ook veel kritiek op de gang van zaken in het Engelse voetbal. Het is hem niet ontgaan, dat de Engelse topclubs, die Nederland tijdens de voorbereiding aandeden, er een wanvertoning
van gemaakt hebben. “Liverpool, Nottingharn Forest, Everton en Manchester United hebben
het Engelse voetbal slecht verkocht", zegt hij. "Ze komen ongetraind naar Nederland en willen wedstrijdritme opdoen door tegen Nederlandse clubs te spelen. Het resultaat is van ondergeschikt belang.”

“Ik kreeg een tip, Floyd Streete zou een vrije transfer hebben, omdat zijn salaris op de begroting drukte bij Cambridge United. Ron Atkinson, de manager van Manchester United, is manager van Cambridge United geweest, hij heeft Floyd Streete destijds naar die club gehaald. Hij adviseerde
me om Floyd Streete te pakken. Ik heb hem laten overkomen naar het trainingskamp in Norg en ik
had het meteen gezien, een allrounder voor nul centen mag je nooit laten lopen. Ik had twee spitsen, Leo van Veen en Ben Rietveld, dat vond ik te weinig. Floyd Streete kan als spits spelen, maar ik kan hem ook als middenvelder of als centrale verdediger inzetten."

"Er zijn momenteel veel goede Engelse spelers te koop, ze zijn transfervrij en hun eisen vallen
mee. SC Cambuur heeft een echte topper te pakken. Len Cantello is één van de beste Engelse middenvelders. Charile George heeft mij onlangs nog gebeld, hij wilde graag komen, was transfervrij, maar wilde wel handgeld. Dan ben ik snel uitgepraat, geld is er niet."

De lege kas van FC Utrecht ziet Barry Hughes niet als een probleem. Hij denkt, dat hij met de huidige groep voldoende uit de voeten kan, hoewel er veteranen als Leo van Veen en Dick Advocaat in zijn selectie zitten. Barry Hughes: "Ik ga er vanuit dat Leo van Veen en Dick Advocaat aan hun laatste seizoen beginnen, desondanks denk ik, dat FC Utrecht volgend seizoen niets hoeft te kopen. Ik heb één jaar nodig om allerlei voetbalzaken er in te rammen, maar dan moet het lopen. Dat wil niet zeggen, dat ik dit seizoen voor de opbouw gebruik, ik wil presteren, maar ik
heb enige tijd nodig om wat vaste regels in te slijpen. Ik had verwacht, dat die dingen bekend  waren, maar Han Berger heeft waarschijnlijk heel anders gewerkt."

"Ik wil dat er spelers bij de eerste en de tweede paal komen. Er moeten vaste afspraken komen,
dat kost even tijd. Ik zie voorlopig veel te weinig mensen bij de eerste paal, terwijl je daar kunt scoren, wanneer je er tenminste met het hoofd in durft. Ze moeten leren gedekte spelers aan te durven spelen, geen lullige ballen, maar keihard in de voeten spelen, dan kan de gedekte speler de
bal aannemen of kaatsen. Verder worden de spitsen vaak op strothoogte aangespeeld, dat kan
niet, de ballen moeten op het hoofd aangespeeld worden, voor de doorkopballen, of om terug te
koppen, maar de ballen kunnen ook op de borst aangespeeld worden, dan kunnen andere spelers zich weer aanbieden. Bij FC Utrecht willen de spelers de ballen nog te veel via combinaties
naar de spitsen brengen. Dat kan, maar vaak is een goede lange pass veel directer. Dat heeft niets
te maken met domme lange ballen, een goede dieptepass gaat altijd voor een breedtepass.
Wanneer we tegen een verdedigend elftal spelen, kunnen we Leo van Veen, Floyd Streete en
Ben Rietveld in de spits gooien. Dan moet je wel lange ballen gooien, de pers heeft het dan meteen over kick and rush, maar een hoge bal voor het doel is geen schande. Graham Taylor van Watford speelt zo al jaren, hij promoveerde van de vierde naar de eerste divisie en eindigde vorig seizoen op de tweede plaats. Zoiets bereik je echt niet met kick and rush."

"Ik ben tevreden met mijn materiaal. Keeper Jan Willem van Ede is fit, maar daar hebben we veel aan gedaan. Hij was aan zijn knie geopereerd, zijn been was daardoor veel dunner. Ik heb verstand van training, van tactiek, van begeleiding, maar ik waag me niet aan krachttraining. Zodra er gewichten aan te pas komen, doe ik een stapje terug. In het stadion zit echter een fitness centrum, daar ben ik met Jan Willem van Ede heengegaan. Twee van die brede jongens wisten er wel raad mee. Ik heb ze gezegd, dat mijn keeper niet aan de Mister Holland-verkiezingen hoefde mee te doen, maar dat zijn been wel in orde moest komen. Die body-builders hebben fantastisch werk geleverd. Jan Willem van Ede stond de eerste competitiewedstrijd keurig in het doel. Op het ereterras zaten die twee brede jongens trots te glimlachen."

"Nu zijn er alleen nog problemen met Jan Monster. Zodra dokter Strikwerda toestemming geeft,
ga ik met hem aan het werk. Ik betrek hem overal bij, hij mag mee, hij mag op de bank zitten, hij
hoort er bij. Ik weet hoe voetballers zich voelen, wanneer ze geblesseerd zijn. Zodra hij mag trainen, ga ik met hem trainen, want alleen trainen om terug te komen is dodelijk. Ik weet maar al te goed hoe ik me voelde na mijn beenbreuk bij West Bromwich Albion. Volgens dokter Strikwerda kan alles goed komen, alleen de spieren zijn bijna helemaal weg."

"Jan Stroomberg, de tweede keeper, krijgt nu ook individuele training. Voor hem was het beter   geweest, wanneer hij bij een andere club in het eerste gespeeld had, maar nu hij er is, krijgt hij alle aandacht. Koos van Tamelen, Wim Flight en Gerard Tervoort zijn mijn full-backs, Ton Du Chatinier, Ton de Kruyk, Dick Advocaat en Jan van de Akker heb ik voor het centrum. Mijn middenveld is goed bezet met Gert Kruys, Jan Wouters en Frans Adelaar. Voor de posities in de spits heb ik dus Leo van Veen, Floyd Streete en Ben Rietveld en ik heb twee echte vleugelspitsen, Gerard van der Lem en Rob de Wit. Rob de Wit doet het geweldig, hij moet alleen nog leren om ook in dienst van het elftal te spelen, maar dat leer ik hem wel. Wanneer ik één jaar met deze groep werk, staat er een elftal dat klinkt als een klok. De gemiddelde leeftijd is dan 24 jaar en ik denk dat er niets gekocht hoeft te worden."

Niet alleen de spelers van FC Utrecht zijn blij met de komst van Barry Hughes, ook sponsor Nissan kreeg.de beste pr-man onder alle trainers in zijn schoot geworpen. Nissan gaf Barry Hughes  meteen een exclusieve sportwagen in bruikleen en is reuze tevreden wanneer de entertrainer de
naam van de sponsor weer eens laat vallen tijdens een televisieoptreden. Barry Hughes: "Nissan is onze sponsor, die mensen betalen, ik zorg voor publiciteit. Aan het eind van een seizoen kijken die mensen of er genoeg publiciteit geweest is. Het is mijn plicht om de sponsor zo correct mogelijk te dienen. Zonder sponsor zou FC Utrecht waarschijnlijk niet bestaan. Daarom noem ik in ieder interview de naam van de sponsor even, vaak wordt zoiets er uitgeknipt, maar live kan dat niet. Mijn nevenactiviteiten als zanger worden me vaak niet in dank afgenomen, maar ik doe toch niemand kwaad, ik beledig niemand en ik vraag er niet om. Ik word altijd benaderd, en omdat ik
het leuk vind, doe ik het. Vorige week stond ik weer bij Willem Ruis in de show, dat is een soort
hobby van me. Ik probeer altijd even de naam van FC Utrecht en van de sponsor te noemen, ik sta
daar niet om mezelf te promoten, ik promoot FC Utrecht."

Over de woede-uitval van Han Berger in de pers windt Barry Hughes zich niet op, al vindt hij het wel vervelend. Hij zegt: "Ik heb geen kritiek op Han Berger, ik heb nooit kritiek op trainers. Ik laat me nooit op bijeenkomsten zien, ik kom ook nooit in Zeist, ik werk volgens mijn inzichten. Het is me bij FC Utrecht wel opgevallen, dat Han Berger anders gewerkt heeft dan ik, bepaalde zaken die ik gewend ben, tref ik hier niet aan. Voor de rest heeft Han Berger hier prima gepresteerd. Hij was erg jong, maar werkte goed met routiniers, daar neem ik mijn petje voor af. Ik vind zijn reactie wat kinderachtig, een beetje huilerig. Hij moet echter niet gaan dreigen, daar houd ik niet van, hij maakt me echt niet bang. Daar loop ik te lang voor mee. Ik heb de nodige ervaring, ik ben wel eens
op mijn gezicht gevallen, maar ik ben steeds teruggekomen, ik heb één doel, dat is de top, die zal ik halen. Hoe langer ik meelo

 

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Laatst aangepast op maandag, 30 januari 2012 20:49 Geschreven door Forza December 2011 maandag, 30 januari 2012 20:29

Een dagje met Joop van Mourik  1977 - 1978

Hij mist eigenlijk alle uiterlijke kenmerken, die tedere gevoelens oproepen bij het doorsnee- voetbalpubliek. Joop van Maurik oogt met z'n 1,95 meter en 97 kilo, in z'n vakantie beangstigend snel oplopend tot 105, bonkig en log, beschikt over een gebrekkige techniek en gaat regelmatig zó bikkelhard op een tegenstander in, dat de rillingen je over de rug lopen. Joop van Maurik wekt, kortom, geen enkele associatie op met een vedette, maar diezelfde kolos is niettemin al een jaar of vier de favoriet van de supporters van FC Utrecht. Zelfs nu Joop zich allerminst zeker weet van een basisplaats, is zijn populariteit in de Galgenwaard alleen maar aangezwollen. Als de FC maar even in de versukkeling dreigt te raken, klinkt het "Jopie, Jopie" dreigend in de richting van trainer Han Berger. VI verbleef een wedstrijddag lang in de omgeving van Utrechts' kleurrijkste en populairste voetballer. Na dat merkwaardige dagje mag Joop van Maurik, 32 jaar alweer, zichzelf bovendien uitroepen tot de vlotste babbelaar van de Galgenwaard.

Die zondagmorgen wijst niets erop dat Van Maurik over een paar uur aan de bak moet tegen een toch niet onaanzienlijke tegenstander: Sparta. Hij zakt ontspannen onderuit in zijn onlangs betrokken woning boven het café, waarvan hij zich binnenkort eigenaar mag noemen. Van Maurik blijkt een kostelijk verteller. De koffie wordt koud, de boterstaaf blijft lang onaangeroerd. Ik moet  Van Maurik er zelfs op attent maken dat het tijd wordt te verkassen naar Maarssen, waar de selectie van FC Utrecht kort vóór de wedstrijd bijeenkomt.

Van Maurik: "Tja, die populariteit kan ik alleen maar verklaren door m'n inzet; iemand die hard werkt wordt meer gewaardeerd dan 'n ander. Als ik bij pressie de lucht inga, dan gebeurt er van alles, de mensen signaleren dat. Als voetballer stel ik natuurlijk weinig voor, maar ook door m'n achtergrond spreek ik de mensen kennelijk aan. Ik ben een arbeidersjongen, ben opgegroeid in  een volksbuurt. Ik heb altijd in Utrecht gewoond, ook toen ik bij Holland Sport en HVC speelde. Ik zou ook geen dag zonder Utrecht kunnen.
De mensen weten dat, ik ben één van hen ben, dan nemen ze m'n matige kwaliteiten op de koop toe. Het gekke is, dat ik vroeger wel erg talentvol was, ik kon vreselijk goed passeren. Ik woonde in een blinde straat die uitkwam op de muur van het militair hospitaal. Die muur was zo'n 250 meter lang. Elke dag liep ik met een tennisballetje een-tweetjes te maken tegen die muur. Ik versleet elke week één paar gymschoenen, maar m'n vader zei daar nooit wat van. Die was zelf voetballer geweest. Als ik een grote .winkelruit bij C&A had ingeschopt, dan zei-ie nóg niks, maar als ik een koekje gejat had, dan kreeg ik flink op m'n sodemieter.  Op het moment dat ik in de derde klas van de lagere school zat, was ik al een erg grote goser, de jongens van de vijfde en zesde klas vochten om mij in het doel te zetten. Ik dook overal op, grint of gravel of straatstenen, ik dook constant. Later ging ik wat meer meevoetballen, ik was technisch de beste."

Het loopt inmiddels tegen elven, terwijl Van Maurik om elf uur in Maarssen moet zijn. We springen in z'n auto en jakkeren naar Maarssen. Z’n passeertechniek is ook in het verkeer onnavolgbaar, stoplichten hebben voor Van Maurik geen functie. In Maarssen blijken alle sellectiespelers al aanwezig. Het grootste deel van de groep houdt zich bezig met een merkwaardig biljartspel met één witte en één rode bal. Alleen de rode bal moet geraakt worden, een vierkant houten kastje met vier poortjes verhoogt de moeilijkheidsfactor. Van Maurik kan lang meekomen,maar moet tenslotte afhaken. Van Maurik; “We hadden een mooie speeltuin in de buurt. De leider richtte een voetbalclubje op, we speelden op een zandveldje met kalk. Vooral als het geregend had, kwam ik spierwit thuis. Van Hanegem kwam daar ook vaak. Met ‘poten’ werd ik meestal als eerste gekozen en Willem als tweede. Geloof je niet, hè? We honkbalden daar ook vaak, Willem was daar erg sterk in, hij sloeg regelmatig ballen over het ziekenhuis heen. Maar met voetballen liet-ie gauw het koppie hangen. Als iets hem niet beviel, dan maakte hij dat bekende gebaar, riep ‘Ik schei d'r mee uit’ en ging naar huis. Ja, ja, toen had ie dat al. Willem is pas laat naar Velox gegaan, daar hebben we nog een tijdje samengespeeld.

Maar ik speelde eerst voor DWS'-1. Ik was veertien toen ik al in het eerste elftal
speelde,dat kwam toen uit in de derde klas. Ik leek achttien, negentien jaar, dus dat viel niet erg op. Zaterdags speelde ik in de A-junioren, zondags in het eerste. Roofbouw? Ben je gek. Ik was zondags na de tweede wedstrijd van het weekend niet eens moe. Die jongens van tegenwoordig worden verpest. bij ons zie je die gastjes van het jeugdplan van dertien, veertien jaar al uitgebreid op de massagetafel liggen, belachelijk. Als ik vroeger een doodschop had gehad, dan kreeg ik een natte spons op m'n knie en dan was het: lopen, joh. We deden alles op de fiets, ook naar Vianen en Breukelen. Tegenwoordig moeten die gastjes al per auto als ze naar de andere kant van de stad moeten. Ik speelde bij de junioren als spil en zondags in het eerste op het middenveld. Op mijn vijftiende ging ik werken, net als m'n vader de bouw in. Ik bleef achttien jaar lang bij dezelfde baas als centraleverwarmingsmonteur. Ik heb pas opgezegd, nu ik dat café ga exploiteren."

De taktische bespreking. Trainer Han Berger legt de taktiek kort en zakelijk uit, geen slap geouwehoer. De bespreking duurt maar een kwartier, maar het wordt me volstrekt duidelijk hoe Utrecht straks moet gaan spelen. Niemand heeft vragen. Van Maurik: "Berger is geen slechte trainer, zeker niet. Z'n oefenstof is goed gevarieerd, dat heb ik wel 'ns anders meegemaakt. Bij HVC bijvoorbeeld, met Bas Paauwe. Een erg aardige man, maar we deden op elke training hetzelfde. Op een gegeven moment gingen we ons daarover beklagen, er werd een gesprek geregeld met het bestuur. Maar toen gingen ze ineens allemaal zitten zeuren over zaken als broodjes of soep voor de wedstrijd. Toen ben ik opgestaan en heb het hele verhaal over de aanpak van Paauwe verteld. Vervolgens kreeg ik de joker toegespeeld, ik moest maar vertrekken. Ik baalde als een stier. Door die saaie trainingen was m'n gewicht inmiddels opgelopen tot 110 kilo. Op de laatste dag van de transferperiode kon ik ineens kiezen uit drie clubs: NEC, Wageningen en FC Utrecht. Ik koos natuurlijk voor Utrecht, dat was altijd m'n ideaal geweest.”
 
We vertrekken naar het stadion, Berger verwacht een kleine overwinning op Sparta. In de kleedkamer breekt er kort vóór de wedstrijd een lichte paniek uit als Utrecht de experimentele opstelling van Sparta verneemt: Van Staveren en Peltzer blijken uit het team te zijn verdwenen. Het eerste kwartier weet Utrecht dan ook absoluut geen raad met Sparta, maar naarmate de wedstrijd vordert krijgt de ploeg meer vat op het gebeuren. Het wordt tenslotte 2-2, een terechte uitslag. Maar Joop van Maurik speelt geen beste wedstrijd. Ik moet hem na afloop tot m'n spijt meedelen dat ik hem niet meer dan een ‘vijfje’ kan toekennen voor het sterrenteam. Van Maurik: "Je doet maar joh, ik heb bijna altijd een ‘vier’of ‘vijf’ bij jullie. Dat zal wel aan m'n type spel liggen, dat spreekt journalisten kennelijk niet zo aan. Dat bikkelen is eigenlijk al bij DWSV gegroeid, als veertienjarige in het eerste elftal moest je er uiteraard de beuk ingooien om overeind te blijven. Op mijn vijftiende verhuisde ik naar Velox, de betaalde jeugd werd toen net in het leven geroepen. Ik werd toen in de spits gezet door Daan van Beek. Dat was helemaal niet zo'n harde, maar dat beuken ging er bij mij niet meer uit.

Ik was net achttien toen ik in het eerste kwam; ik speelde eens tegen Barry Hughes, die speelde toen voor Alkmaar, geloof ik. Barry begon meteen in dat gebroken Engels van hem: ‘Zo kleine jongen, ik schop jou straks helemaal dood.’ Nou ja, als ze me gaan lopen etteren, dan moeten ze het maar weten ook. Ik ging dus even op z'n tenen staan en Barry haalde meteen woedend uit met z'n knie tegen m'n kont. Precies voor de neus van de grensrechter. Hij kon meteen vertrekken, we stonden met 1-0 achter, maar nadat Barry eruit moest - hij werd voor vijf weken geschorst - wonnen we met 2-1. Jan Notermans is er ook 'ns uitgestuurd tegen me. Ik pakte hem bij wijze van grap bij z'n oorlel en zei: ‘Zeg kleine, hou je je een beetje rustig’ en Jan geeft me toch een schop, weer precies voor de neus van de grensrechter. Hij moest er uit, kreeg vier weken aan z'n broek."

In de bestuurskamer van FC Utrecht wordt na de wedstrijd een Sinterklaasfeest gehouden. Materiaalman Nico Bouman speelt voor Sinterklaas, hij schijnt niet helemaal broodnuchter te zijn. Kinderen die wat al te verlegen blijken, legt hij vaderlijk een hand op de schouder met de mededeling ‘dat ze hem ook wel ome Niek mogen noemen.’ Als Van Mauriks zoontje Dennis een hand krijgt, roept Joop: ‘Tel je je vingers na, Dennis?’ Na afloop schenkt Joop van Maurik Sinterklaas als tegenprestatie een fles jenever. Ook scheidsrechter Siem Wellinga is uiteraard op het feest aanwezig en raakt in een verhitte discussie met Van Maurik. Het verloop van die discussie:
 
Van Maurik: "Zeg meneer Wellinga, ik had u altijd bij de eerste drie, maar na vandaag zal ik u tot de
laatste drie moeten rekenen. Ik mocht geen zak vandaag, u floot alles af!". Wellinga: "Zeg, Joop: schei eens uit met dat u, wil je?"  Van Maurik: "Goed Siempie, maar ik blijf je slecht vinden, je liet me vandaag helemaal niet in m'n spel komen". Wellinga: "Nee Joop, jij gebruikte bij elke actie je kont en dat mag niet". (Demonstreert vervolgens in de bomvolle bestuurskamer hóe Joop z'n kont gebruikte, tot stomme verbazing van de bestuursleden.) Van Maurik: "Ach Siem, ga toch weg. Ik word misselijk van je."   En Wellinga, vervolgens tegen mij: “Kijk, dat waardeer ik nou zo in Joop, hij is altijd oprecht, ook in  het veld. Ik ben er heilig van overtuigd dat ie in het veld nooit opzettelijk overtredingen maakt, het  ligt in z'n spel opgesloten maar je moet er wel voor fluiten natuurlijk."

Van Maurik: “Het is altijd hetzelfde met scheidsrechters, ze lopen altijd op Van Maurik te loeren. Ik wil best toegeven dat ik flink wat uitdeel, maar ik incasseer net zoveel en dáár wordt niet op gelet. Ik zal nooit de eerste zijn die echt rot gaat doen, maar als ze mij gaan pakken, dan hebben ze 'n goeie aan me. Zoals die keer toen Van Londen van De Graafschap naar me spuugde. Sorry, maar spugen vind ik nog veel erger dan schoppen. Die rochel bleef precies aan m'n oor hangen, ik ermee naar de scheidsrechter. Ik wijs op dat ding aan m'n oor en zeg tegen die man: "Doe je daar nou niks aan?" Hij weer: "Ik heb niets gezien". Hij dacht zeker dat ik die rochel zelf aan m'n oor had gehangen. Als een scheidsrechter zo reageert, dan regel ik m'n zaakjes zelf wel. Even later werd Van Londen dus inderdaad het veld afgedragen. Voorstoppers proberen je altijd uit, maar ze zijn er nog nooit in geslaagd mij eruit te schoppen. Of toch, één keer. Ik zat toen nog bij Holland Sport, we speelden tegen DOS. De bal komt bij de rand van het strafschopgebied, keeper Henk
Verrips komt eruit en slaat boven op m'n knetter. M'n hele neus verbrijzeld, ik heb nu een plastic neusvleugel. Toch kopte ik die bal nog, maar hij huppelde net naast. Daardoor bleef DOS toen net in de Eredivisie. Het kan toch raar lopen, als ik die bal er toen had ingekopt, had FC Utrecht nu misschien in de Eerste divisie gezeten".
 
De dolle pret in de bestuurskamer bereikt een hoogtepunt. Als Sinterklaas van Dennis van Maurik hoort dat z'n vader binnenkort een café begint, zie je hem achter z'n baard grijnzen: "Dan wordt jouw vader vast de beste klant van zichzelf."
 
Van Maurik: “Ik hou van een goed glas, dat mag iedereen best weten, zolang ik op zondag maar wat laat zien. Voor de wedstrijd tegen Den Haag heb ik nog een lekker feest gehad, stevig glas gedronken, maar de volgende dag maakte ik wel een belangrijk doelpunt. Eén keer heb ik daar eens een probleem mee gehad. Ik pakte een pilsje in de kantine van Noordwijk, ik speelde toen voor Holland Sport. Cor van der Hart zag me met dat glas en liet me prompt een maand lang

nablijven na de training. Moest ik elke dag elf ballen keihard inschoppen, om het doel heenlopen en de volgende er in lellen. Vanaf dat moment heb ik dus geen glas meer aangeraakt als Van der Hart in de buurt was. Van der Hart was trouwens één van de beste trainers die ik ooit heb meegemaakt. Met zo weinig materiaal als hij bij Holland Sport, zoveel presteren, dan moet je toch een hele grote zijn. Ik kwam bij Holland Sport naar aanleiding van de· wedstrijd Velox-Holland Sport. Vianen was daar nog keeper, op 'n gegeven moment wil ie de bal uittrappen, terwijl ik ook naar die bal uithaalde. Ik raakte de bal ook, maar jammer genoeg zaten Vianen z'n vingers er net tussen. Witheet was-ie. Toen gingen ze allemaal op me lopen loeren, maar daar kwam dus niks van. Van der Hart vond mij toen kennelijk zo goed dat-ie me aangetrokken heeft, ik was toen 22."
 
Buiten het veld maakt Jaap van Maurik allerminst een agressieve indruk. Utrechts voorzitter Cees Werkhoven: "Joop is juist één van de zachtaardigste mensen die je je kunt voorstellen, neemt het altijd op voor de zwakkeren. Hij is in veel opzichten een voorbeeld voor de spelers van ons".  Van Maurik: "Toen ik een jaar of zestien, zeventien was, sloeg ik er wél gauw op los, maar daarna heb ik nooit meer ruzie met iemand gehad. Gelukkig maar, want ik schijn nogal sterk te zijn. In dienst moesten we eens een granaat zo ver mogelijk weggooien. Ik waarschuw de adjudant nog, ik zeg: ‘daar komen ongelukken van.’ Ik wedde met hem om een koffiekoek dat ik dat ding over het hek heen zou gooien. Hij nam de weddenschap aan en ik gooide die granaat niet alleen over het hek, maar zelfs op de parkeerplaats, iedereen schrok zich ongelukkig. Dat ding is nooit meer teruggevonden, ik weet niet eens of het schade heeft aangericht. Toch heeft een krachtsport me nooit aangetrokken, ik heb altijd alleen maar willen voetballen. Alleen ijshockey, dat lijkt me wel wat, dan kan je de beuk er nog harder ingooien. Alleen in m'n begintijd bij Holland Sport was ik wat timide. Op de partijtjes ging het er zo hard aan toe, daar schrok zelfs ik van. Je werd daar niet getackeld, nee, je werd er afgevuurd. Maar op 'n gegeven moment was de maat vol. Frans van der Heide gaf me eens een blocktackle, ik vloog werkelijk drie meter omhoog. En Frans maar roepen: ‘Jopie ...’  Ik naar Van der Hart en ik zeg: ‘Ik pik 't niet meer, ik ga ook lopen schoppen.’ Zegt Van der Hart: ‘Joh, dat had je al veel eerder moeten doen.’ De volgende training ging Frans van der Heide dus voortijdig de training af met een joekel van een blessure. En ik maar roepen Fransie ..."
 
Het is inmiddels al half zeven geworden in de bestuurskamer, die al vrijwel is leeggestroomd. Sinterklaas lijkt niet meer van z'n stoel af te sláán. Hij wordt tenslotte met zachte hand naar de uitgang verwijderd en verdwijnt met twee flessen jenever onder de armen, één van Joop van Maurik, één van trainer Han Berger.
Van Maurik: "Ik heb drie mooie jaren gehad bij Holland Sport, alles kon daar. Het had eens vreselijk
hard geregend, de trainingsaccommodatie was toch al slecht en toen was het helemaal een puinhoop. Van der Hart keek er peinzend naar en vroeg: ‘Wat zullen we gaan doen.’ Zegt Jan Boskamp: ‘Laten we maar een pilsje gaan pakken.’ En verdomd, even later zaten we met de hele selectie in de kroeg. Er zijn nogal wat verhalen in omloop over het drankgebruik van Cor van der Hart, maar ik vond het nogal meevallen. Hij rook wel eens naar de drank als ie op de training kwam, maar op de training bleef ie recht overeind staan en zondags werd er .gepresteerd dat de stukken er afvlogen. We hadden alleen maar voetballers met minimale kwaliteiten, alleen Boskamp en Dorjee sprongen er bovenuit. Maar we wonnen in die tijd wel van het toen nog grote Feyenoord. Het gebeurde daar zelfs dat Hans Kattenburg, één van de geldschieters, meetrainde. In de partijtjes ging hij altijd voor dat kleine doeltje staan, we schoten van dichtbij altijd keihard op hem in, maar hij bleef gewoon staan".

We vertrekken uit de gotische bestuurskamer van FC Utrecht die na het vertrek van Sinterklaas in
een vuilnisbelt is herschapen en keren terug naar huize Van Maurik. Het café onder de woning is
de volgende plaats van gesprek. Het is nog vrij rustig in de zaak die oogt als een gigantische, maar
knusse huiskamer. Gedempt licht, huiselijke tafelkleden en een tiental rumoerige FC Utrecht-fans vormen het decor. Van Maurik: "Nee, ik heb dit café niet aan het voetballen te danken. Gerard Kragten (ex-sponsor van FC Utrecht), heeft me op het idee gebracht en me zakelijke steun verleend, anders had ik tot m'n 65ste in de bouw gezeten. Ik heb namelijk nooit veel verdiend met de voetballerij. Soms had ik daar wel eens moeite mee,.als ik zag hoe andere gasten met kapitale salarissen er geen reet aan deden. Anderhalf jaar geleden wilde ik wat meer bij Utrecht, niet eens als salaris, ik vroeg om 3.000 gulden onkosten. Toen reageerde Utrecht heel lullig. “Als je niet wilt tekenen, dan sodemieter je maar op’, werd er gezegd. Witheet was ik. Maar ja, dan begint de training en dan teken je tóch. Ik dacht nog: ik ga lekker één jaar de centen pakken en voor de rest zoeken ze het maar uit. Maar als je dan eenmaal traint, dan ga je weer als een achterlijke tekeer, dan vergeet je alles weer. En verdomd, het afgelopen seizoen is mijn beste geweest. En aan het end van dat jaar kreeg ik er toch weer wat extra’s bij."
 
FC Utrechts atletiektrainer Cees Koppelaar bevestigt de trainingsarbeid van Joop van Maurik ongevraagd als ie hoort dat VI ‘Een dag met ...’ voor de spits heeft gereserveerd: "Als Joop fit is, loopt- ie op elke duurloop iedereen eruit." Van Maurik: "Het gezegde "Waar een wil is, is een weg" is mij op het lijf geschreven. Het vervelende is alleen dat ik me daardoor wel eens forceer. Er wordt wel eens over een pijngrens gepraat, maar ik heb er geen idee van waar die bij mij ligt. Tegen FC Amsterdam bijvoorbeeld, ik moest invallen, ik loop me warm en toen krijg ik me toch ineens een scheut in m'n kuit. Ik had er in de dagen daarvoor ook last van gehad, maar ik had er niks van tegen Berger gezegd omdat ik reserve was. Dan krijg je weer praatjes van: die Van Maurik zit op' de bank en nou is ie in eens geblesseerd. Stervend van de pijn ben ik het veld in gegaan en op één poot maakte ik nog de gelijkmaker ook. Geven jullie me dan maar fijn een "vier", ik heb toch m'n bevrediging van dat goaltje."

Het einde van tien uur met Joop van Maurik nadert, bij het afscheid opper ik dat dit seizoen ook wel eens het laatste jaar van de toch al 32-jarige Joop van Maurik zou kunnen zijn. Zijn lichaamsbouw leent zich er niet bepaald voor nog jaren mee te gaan, nietwaar?  Van Maurik: "Kom, kom. Ik zal je eens wat zeggen: zolang Leo van Veen bij Utrecht speelt, zal Joop  van Maurik er ook spelen. Leo met z'n schitterende techniek is niet tegen het duw- en trekwerk  opgewassen, daar zorg ik dus voor. Sinds ik weer in de basis sta, speelt Leo ook weer klasse. Ik durf best te stellen dat Leo goed speelt door mij. In dat jaar dat wij samen zo heerlijk liepen te voetballen, versierde Leo toch maar mooi een vijfjarig contract. Maar toen ik hem vanaf de tribune tegen Telstar zag spelen, werd-ie als een kleine jongen ingepakt. Nee hoor, volgens mij zie je mij nog wel een tijdje bij Utrecht voetballen.

En dan te bedenken dat Bert Jacobs het helemaal niet zag zitten toen ik werd aangetrokken. Hij was nog op vakantie en toen hij terugkwam, stond ik ineens voor z'n neus. "Wat heeft Utrecht me nu geflikt door zo iemand aan te trekken?", vroeg-ie zich af. Nou in de eerste oefenwedstrijden heb ik hem al kunnen overtuigen. Ik herinner me een foto in VI van de wedstrijd tegen FC Köln dat je Wolfgang Weber en de keeper om me heen de lucht in zag vliegen, het leek wel of er een ontploffing had plaatsgevonden. Die ontploffingen zullen nog wel een tijdje te zien zijn in de Galgenwaard."
   

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Laatst aangepast op dinsdag, 03 januari 2012 18:51 Geschreven door Forza/Since 70 September 2011 dinsdag, 03 januari 2012 18:38

Wim Flight 1981-1982

Ik zou niet graag tegen FC Utrecht willen spelen

Eigenlijk past de verschijning van Wim Flight niet goed bij het imago van FC Utrecht. In die zin dat je Flight qua uiterlijk en omgangsvormen niet kunt rekenen tot de vrijbuiters die de basis grotendeels bezetten. Wim Flight heeft iets studentikoos, formuleert in zorgvuldig gekozen zinnen zonder overigens ook maar één moment bekakt te zijn. Toch is Flight de gewaardeerde aanvoerder van FC Utrecht en één van de vurigste pleitbezorgers voor het voortbestaan van de club. "Straks met Europees voetbal het nieuwe stadion in, dat zou toch schitterend zijn?", verwoordt Flight z'n betrokkenheid bij de club. En: "Al kan ik elders 15.000 gulden méér verdienen, dan nog wil ik niet weg bij FC Utrecht, en 15.000 gulden is voor mij véél geld."

"Ik moet er niet aan dénken ooit tégen FC Utrecht te moeten spelen. In de eerste plaats omdat het me voor elke tegenstander een taaie rotploeg lijkt en ten tweede omdat ik er niet weg wil. Ik heb hier in acht jaar tijd zóveel meegemaakt, dat zet je niet zomaar opzij." Clubliefde blijkt dus nog te bestaan. Wim Flight (26) betoogt vurig over zijn FC Utrecht in zijn pakweg veertig jaar oude, maar fraai gerestaureerde huis in De Bilt.
"Als ik dit huis nou straks eens over hou aan het voetballen, dan zou ik al erg tevreden zijn. Geldwolven kunnen niet gelukkig zijn, die mensen zijn nóóit tevreden. Nou, ik wél. Ik zit prima bij FC Utrecht en als aan het eind van het seizoen blijkt dat we door kunnen gaan ... Práchtig zou ik dat vinden. We lopen al regelmatig het nieuwe stadion in om te zien hoe de bouw vordert. Als we daar volgend seizoen toch in spelen ... Dat houdt ons allemaal bezig."
 
"De buitenwereld denkt kennelijk wel eens dat onze betrokkenheid bij de club niet écht is. Ik kan je verzekeren dat die binding wel echt is. We vormen een groep vrienden, die bijna allemaal uit deze regio komen, die bijna 'allemaal lief en leed hebben gedeeld. Koos van Tamelen en ik hebben vroeger al samen gespeeld, Hans van Breukelen woonde vroeger tegenover me. En als je dan later bij dezelfde club terecht komt, met nog veel meer prettige jongens en een uitstekende trainer, dan is het logisch dat er een band groeit."
 
Testwedstrijd
Wim Flight (Zijn vader werd in Amsterdam geboren, maar bezit nog altijd de Engelse nationaliteit) kwam eigenlijk bij toeval in de Galgenwaard terecht. Hij speelde notabene voor een onderafdelingsclubje, FAK in De Bilt, toen hij, achttien jaar oud, werd uitgenodigd voor een wedstrijdje tussen een districtsteam van de afdeling Utrecht tegen het C-elftal van FC Utrecht. Han Berger was toen nog jeugdtrainer van FC Utrecht, signaleerde de kwaliteiten van Flight in dat duel en nodigde hem uit voor een testwedstrijd.
 
Flight: "Ton Witbaard speelde ook in dat districtsteam, we zijn zo samen bij FC Utrecht terecht gekomen. Tot m'n achttiende had ik eigenlijk nooit het idee dat ik aardig kon voetballen. Ik dronk een stevig glas, rookte behoorlijk, maar dat heb ik opzij gezet toen ik bij FC Utrecht terechtkwam. Jan Rab was er nog hoofdtrainer. Het eerste jaar zat ik nog bij de C-selectie, het jaar daarop kwam ik halverwege bij de A-selectie." Onder Jan Rab kwam de slechts 1,70 meter hoge Flight ("Ik ben nog altijd de kleinste van de A-selectie") in de basis, maar toen Han Berger de ontslagen Rab opvolgde, verdween hij merkwaardig genoeg weer naar het C-elftal. "Daar had ik alle begrip voor. FC Utrecht was in degradatiegevaar. Berger koos voor de routine om uit de problemen te komen en dat lukte. Ik was mentaal ook nog lang niet klaar voor een vaste plaats. Ik heb me trouwens tóch erg langzaam ontwikkeld en er zit nu nog altijd progressie in m'n spel. Ook een bewijs dat ik geen groot talent ben, een écht talent komt veel sneller door."
 
Aanvoerder
 "Ik ken Berger nu acht jaar, wij kennen elkaar door en door, hoeven elkaar niets meer te vertellen. Maar Berger is wél erg veranderd. Hij was vroeger ontzettend opvliegend, als we verloren hadden, dan gaf ‘ie een complete gooi- en smijtwerkdemonstratie. Hij was ontzettend kortzichtig bezig. Okhuizen, onze masseur, zei wel eens: ‘Han, jij haalt de dertig niet.’ Berger geloofde ook nooit dat je wel eens geblesseerd kon zijn. Je poot moest er afliggen om hem te overtuigen. Hij is nu véél rustiger, afstandelijker. De verstandhouding tussen Berger en mij is misschien ook de reden geweest dat ik de aanvoerdersband kreeg. Leo van Veen was eerste keus, maar na een akkefietje met Berger over een zaalvoetbalwedstrijd, kreeg ik die band."
Toch is Flight allerminst het leiderstype. Hij beweegt zich bescheiden door de groep, is eigenlijk één van de minst opvallende spelers.: "Ik ben misschien ook niet brutaal genoeg, maar, ik krijg wel een kick van al die brutale gasten om me heen. Schoffies, zoals ze vaak worden afgeschilderd, maar dan wel in positieve zin. Ik kom ook uit een arbeidersgezin, m'n ouders konden de contributie voor FAK amper betalen, maar ik ben nooit zo'n boeffie geweest.

Misschien dat Berger me ook als aanvoerder heeft gekozen juist omdat ik zo rustig ben. Aan de andere kant, na Leo van Veen zit ik hier het langst. Ach, het is bij FC Utrecht niet zo belangrijk wie er aanvoerder is, de zaak functioneert tóch wel. Vergis je niet hè, wij hebben eigenlijk geen zwakke punten, alle mogelijke kwaliteiten zitten in deze ploeg opgesloten. Toen we de eerste keer Europees voetbal haalden, werd er gezegd ‘nu is het over.’ Maar het jaar daarop zaten we weer in de UEFA-Cup en zelfs nu Van Hanegem en Wildbret weg zijn hebben we opnieuw een uitstekende kans om straks in Europees verband te spelen. Als je nu bij voorbeeld de wisselwerking ziet tussen Gertje Kruys en Willy Carbo, dat is genieten hoor. En dan het perfect inschuiven van Leo van Veen, het zit allemaal uitstekend in elkaar. En als je ziet dat jongens als Kruys, Wouters, Van Tamelen, om er wat te noemen, nog volop in ontwikkeling zijn, dan ziet de toekomst er in sportief opzicht uitstekend uit."
 
Maar wat zal er aan het eind van het seizoen gebeuren, als FC Utrecht door de rampzalige financiële situatie wellicht gedwongen wordt om de vedetten van de hand te doen? Flight: "De contractbesprekingen kunnen straks teleurstellingen opleveren. Ik ben er in elk geval op voorbereid dat ik in salaris terug moet en ik heb daar vrede mee. Ik vind dat je voor zo'n club iets over moet hebben, tenzij er een club voor me zou komen die me echt een riante aanbieding zou doen, maar die kans lijkt me klein."
 
"Ik denk dat FC Utrecht hooguit Hans van Breukelen moet laten vertrekken, hoewel ik dat niet hoop. Maar dat verlies is op te vangen, we hebben twee uitstekende keepers achter de hand: Jan-Willem van Ede, achttien jaar pas, een enorm talent en Jan Stroomberg. Het is ook de vraag wat Berger gaat doen. Ik vind dat hij moet blijven. Bij FC Utrecht is hij iemand, hij heeft hier zowat alles voor het zeggen. En terecht, want FC Utrecht heeft ontzettend veel aan Berger te danken."
 
Veerkracht
Merkwaardig genoeg boekte FC Utrecht ná de winterstop enkele opvallende successen op rij, nota bene in een periode waarin alle financiële sores aan de oppervlakte kwam. Flight: “Tekenend voor de enorme veerkracht van deze groep. En vergis je niet hè, verscheidene jongens hebben financieel óók in de problemen gezeten doordat de betalingen van de salarissen zolang uitbleven. Van de week hebben we pas ons geld over december en januari ontvangen. Maar geen mens die daar een punt van maakte. Ik heb zelf ook behoorlijk moeten beknibbelen op de uitgaven tijdens de laatste maanden. Dat deed je als iets vanzelfsprekends."
 
"Ik ben ervan overtuigd dat de sfeer bepalend is voor de prestaties en niet andersom. Als die sfeer niet zo voortreffelijk was geweest, dan hadden we door al die financiële ellende geen goede wedstrijd meer gespeeld. Berger zegt wel eens: ‘we moeten oppassen dat het allemaal niet te leuk en aardig bij FC Utrecht wordt.’ Maar aan de andere kant hebben we toch ook wel eens slaande ruzies gehad op de training. Tussen Van Breukelen en Wouters bijvoorbeeld. Prima! Ze reageerden eerlijk op elkaar, praatten de problemen uit en konden weer optimaal functioneren. Er wordt bij ons niet over elkaar gekletst. Alles gebeurt bij ons in alle openheid."
 
Opbloei
“Het is ook geen toeval dat types als Wildbret en Van Hanegem, die elders als lastig bekend stonden, bij ons nooit problemen hebben gehad en juist opbloeiden. Wildbret was al in de dertig toen hij bij ons kwam, maar in Utrecht werden zijn kwaliteiten pas voor het eerst erkend. En Willem deed het natuurlijk fantastisch. We dolden hem daar ook mee. ‘Willem, het lijkt wel of je op je 35ste sneller bent geworden’, was het dan vaak. Als je als trainer sterk dominerende types als Van Veen, Wildbret en Van Hanegem in één team optimaal kunt laten functioneren, dan ben je een hele grote.”

Door de komst van Wilbret en Van Hanegem kreeg Flight vooral een diende functie. Na het vertrek van dat tweetal is dat eigenlijk zo gebleven, dit seizoen speelt Flight vooral in de mandekking om de vrijheid van libero Van Veen te garanderen. Jammer eigenlijk, want Flight heeft veel meer in huis dan de gemiddelde mandekker: een sterk linkerbeen, een groot loopvermogen, een redelijk inzicht en hij is bovendien snel en behoorlijk balvaardig.
Verschuiving
Flight: "In het begin had ik er ook moeite mee om linksback te spelen. Aan de andere kant heb ik nu definitief een vaste plaats, terwijl ik als linksback m'n beste wedstrijden heb gespeeld. Berger heeft op het middenveld nou eenmaal meer mogelijkheden en ach, ik ben geen moeilijke jongen voor de trainer. Waar ik het wel moeilijk mee had was dat Ton Witbaard het slachtoffer werd van mijn verschuiving van het middenveld naar de backplaats. Ton heeft het nu gelukkig erg naar z'n zin bij Go Ahead. Ook Ton is, zo'n vriend, die ik aan de voetballerij heb overgehouden."
"Ook nu speel ik af en toe als middenvelder, Dan staat Gerard Tervoort op mijn plaats, als we bijvoorbeeld tegen Twente of PSV spelen. Gerard is nou eenmaal sneller dan ik, met René van de Kerkhof en Sanchez Torres kom ik niet zo goed uit de voeten. Ik ben ook absoluut geen echte mandekker, ik probeer een tegenstander vooral op basis van inzicht uit te schakelen. Je schat in waar de bal komt, je probeert je man aan de buitenkant te houden, je verdedigt de binnenste lijn goed, dat soort dingen. Op die manier kom ik er aardig uit, maar het gebeurt nog wel eens dat ik op m'n kloten krijg van Berger als ik probeer voetballend een oplossing te vinden, terwijl die bal eigenlijk over de zijlijn moet. Er is zelfs een periode geweest dat ik elke wedstrijd een slippertje had, daar heb ik ook wat problemen over gehad met Berger. Ik speel nu met minder risico's, ik ben aan de bal ook wat rustiger geworden. Alleen, die eindpass, dat is nog niet veel. Daar train ik als een gek op."
Waardering
"Maar het meevoetballen zal ik toch nooit kunnen laten, dán maar af en toe op je kop krijgen. Ik geloof dat ook Berger geaccepteerd heeft dat ik dat spielerische nooit helemaal uit m'n spel zal krijgen, want dan kan ik er ook beter mee stoppen. We hebben trouwens maar één echte mandekker, Ton du Chatinier, want Koos van Tamelen is ook een ex-spits. Ik heb vroeger altijd linksbuiten gespeeld, aanvallen vind ik nog altijd fijner dan verdedigen. Maar als je merkt dat de waardering van de groep én de trainer groot is, dan heb je ook geen moeite met je wat aan te passen."
 
"Ik ben alleen wel eens benieuwd wat ik als full-prof zou presteren. Ik werk nu halve dagen bij Albert Heijn in Utrecht, als verkoper-a. Ik ga op een managementcursus om bedrijfsleider te kunnen worden. Dat werk bevalt me uitstekend, ik heb ook de zekerheid dat ik er full-time kan gaan werken als ik uitgevoetbald ben. Aan de andere kant, als je, zoals na die bekerwedstrijd tegen FC Twente, woensdagnacht doodmoe om kwart over één thuiskomt en je moet er de volgende morgen weer om zeven uur uit, dan zal het duidelijk zijn dat je je die dag nou niet zó fit voelt. Hoe zou je je als full-prof ontwikkelen, dát vraag ik me wel eens af, ook al doordat ik me nog altijd ontwikkel. Het klinkt misschien onbegrijpelijk, in deze tijd van werkloosheid, maar ik zou m'n baan misschien wel opgeven als ik full- prof zou kunnen worden. Maar ach, het zal wel een illusie blijven, want bij alle clubs wordt het aantal full-profs verminderd."
 
Interesse
"Ik probeer me ook te wapenen tegen dat soort dagdromen. Ik ben erop voorbereid dat ik morgen m'n been kan breken en dat er dan misschien geen mens op bezoek komt. Ik kan dus aardig relativeren, maar aan de andere kant betrap ik me erop dat ik álles voor het voetballen over heb. En als je dan hoort dat FC Twente in je geïnteresseerd is, dan stimuleert je dat alleen maar. Nee, niet met de intentie om weg te komen, die interesse beschouw ik alleen maar als een vorm van erkenning."
 
“Het is trouwens opvallend dat er in de groep helemaal niet gesproken wordt over mogelijke transfers, terwijl verscheidene jongens van ons toch in de gaten gehouden worden. In principe wil niemand bij ons weg en ik denk ook dat het voor die jonge jongens niet goed zou zijn. Monster krijgt van Berger bijvoorbeeld de ruimte om zich te ontwikkelen. Hij mag best eens een paar wedstrijden falen, want daarna heeft hij tóch weer die beslissende actie. Bij Feyenoord zou Jan bijvoorbeeld nooit zoveel krediet krijgen."
 
"De hele groep is bezig in de hoop straks met een schone lei, mét Europees voetbal in het nieuwe stadion te beginnen, want dat is een kick hoor, voor deze groep, in zo'n magnifiek stadion spelen. Ik denk dat er in de eerste wedstrijd veel mensen uit nieuwsgierigheid naar dat nieuwe stadion zullen komen. Het wordt zaak de eerste wedstrijden goed te spelen om de mensen vast te houden. Ze komen daar eerder terug dan op die Veemarkt, want het is toch eigenlijk onvoorstelbaar dat we tegen PSV bij prima weer voor 6.500 man speelden. Een slechte accommodatie blijkt veel mensen toch af te schrikken. Daarom verwacht ik ook erg veel van dat nieuwe stadion.
 

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Laatst aangepast op woensdag, 03 augustus 2011 14:11 Geschreven door Forza/Since 70 woensdag, 03 augustus 2011 14:11

BEN RIETVELD, EEN POPULAIRE PINCHHITTER IN 1985

"Liever gemeen winnen dan eerlijk verliezen"

Hij is misschien wel de meest populaire reserve van Nederland, Ben Rietveld. Bijna acht jaar in dienst van FC Utrecht, onderbroken door uitstapjes naar De Graaf­schap en FC Wageningen, wacht Rietveld nog altijd op een basisplaats. Al die jaren geldt de bonkige spits vooral als pinchhitter wiens naam onmiddellijk gescandeerd wordt in Galgenwaard zodra het even wat minder gaat met FC Utrecht. En als er dan gebruik wordt gemaakt van Rietvelds diensten laat hij zijn trainer en collega's nooit in de steek - dan kleunt hij er per definitie, op geheel eigen wijze, tot de laatste snik in. Het unieke verhaal van een ‘eeuwige’ reserve.

TEKST:BERT NEDERLOF

Als er over FC Utrecht gediscussieerd wordt door supporters en ik meng me daarin, dan is het meteen ‘hou jij je kop nou maar, want jij kan niet voetballen.’ Tja, dat is een wat harde constatering, maar ergens hebben ze nog gelijk ook. Ik ben natuurlijk geen topper, ik ben niet het toonbeeld van techniek en mij zal je nooit ho­ren roepen dat ik naar Mexico moet. Maar diezelfde mensen roepen wel mijn naam als Utrecht niet draait, dat doet me dan weer goed. Ik heb bovendien al tegen Cruijff gespeeld, tegen Krol, ik heb met Van Hanegem gespeeld en straks sta ik weer tegen Nees­kens. Kijk, dat kan niemand me toch afnemen.

Ik ben er al een beetje trots op dat ik met mijn capaciteiten bij de selectie van Utrecht zit. Als ieder­een fit is ben ik in principe twaalf­de man, normaal gesproken ben ik de eerste die erin moet. Dan schuift de trainer zelfs het elftal voor mij door elkaar, ik heb 'dus mijn waarde voor het team. En als ik dan eens in de basis sta, dan ben ik echt trots op mezelf. Het vervelende is alleen dat het nooit lang duurt. Maar ik zal de strijd om een echte basisplaats nooit opgeven, daar knok ik nou al acht jaar voor. Je kunt ook gaan roe­pen ‘ze kunnen m'n kloten kus­sen.’ Maar wat heb je daaraan? In de eerste plaats prijs je dan jezelf uit de markt, ten tweede heeft je club er niks aan en ten derde zet je je verdiensten op het spel. Dus ben ik voor elke wedstrijd voor 100 procent gemotiveerd, als reserve- of basisspeler, dat maakt niks uit.

Ik heb 't wel eens moeilijk gehad hoor, zoals in dat jaar dat FC Utrecht bijna op de fles was, drie jaar terug. Ik verdiende dat jaar echt een grijpstuiver, een mini­mum contract. Het was m'n enige bron van inkomsten, want ik was werkloos. In die periode was ik bovendien lange tijd geschorst na een akkefietje met grensrech­ter Klint. Ik voelde me bestolen.en die man is kleurling. Dan weet je 't wel, roep je iets in je emotie. Stom en heel vervelend voor die man. Maar goed, in die tijd ging ik na elke wedstrijd meteen naar huis, ik had niet eens geld om 'n biertje te betalen. De spelers kre­gen dat in de gaten. Hier was het dan ‘hier heb je een halve meier (vijftig gulden).’ Kon je weer even vooruit. Jongens als De Kruyk, Wouters, Du Chatinier en Kruys, daar kun je op bouwen hoor. Merk je nu ook weer met Gertje Kruys die in de lappen­mand zit. Hij wordt dagelijks van huis gehaald en gebracht, ieder­een staat voor 'm klaar. Typisch FC Utrecht.
 
Logisch dat zo'n club wat voor je gaat betekenen, voor een paar duizend gulden meer ga ik echt niet naar een andere club. En kijk nou eens naar ons stadion, toch 't mooiste van Nederland? En wat dacht je van de catacomben, dat bubbelbad, die sauna. Dat is ook allemaal 'n beetje van mij. Ik heb dan ook maar weer voor 'n jaar bijgetekend. Qua contract ben ik er 3.500 gulden bruto op achter­uit gegaan, maar dat kan ik recht trekken als ik komend seizoen zeventien keer in de basis sta, inclusief de bekerwedstrijden. Dat moet kun­nen, vorig jaar heb ik dat aantal ook gehaald. Het is in elk geval weer een nieuwe prikkel om er volgend seizoen de beuk in te gooien.

Er zijn echt wel eens momenten hoor, dat ik me afvraag wat ik hier nog doe. Vooral in dat jaar dat ik niks verdiende... Maar dan kwam die rare schele, Gerard van der Lem, even langs. Dan rom­melde je even met 'm en dan kon je er weer een tijdje tegen. Ook door dat soort dingen is deze club echt iets voor me gaan bete­kenen. Onlangs was ik nog in de slag met DS'79, maar als je die accommodatie daar al ziet... Je zou zo'n enorme stap terug moeten doen ... Als ik hier nou helemaal niks zou verdienen, ja dan zou ik misschien naar DS zijn gegaan. Ik ben ook twee keer wegge­weest hoor, eerst bij De Graaf­schap, later bij Wageningen, maar alleen op uitleenbasis.

Ik had een jaar lang geklooid met m'n blinde darm, de pijn kwam om de twee, drie weken terug. Toen ze eindelijk in de gaten had­den wat er aan de hand was ben ik meteen geopereerd. Vervol­gens duurde het erg lang om terug te komen. Ik wilde weer spelen, daarom heb ik Han Ber­ger gevraagd of ik 'n tijdje ergens anders kon spelen. Het werd De Graafschap, voor vijf maanden. Leuke tijd, we wonnen een perio­de en we promoveerden via het periodekampioenschap. Huipie Ruygrok was daar nog trainer, aardige vent.

Na De Graafschap kon ik plotse­ling met Joop Wildbret naar Sei­ko in Hong Kong. Ik kon daar veel verdienen, maar Utrecht vroeg een huursom van 60.000 gulden. Beetje lullig. En toen ik ineens wel weg mocht, was het te laat. Ik ben vervolgens met andere clubs gaan praten, 't werd een jaar Wa­geningen. Aan de ene kant werd 't een leuk jaar, Nol de Ruiter was er nog trainer, er liepen meer Utrechtse jongens rond, gezelli­ge koppeltjes. Maar qua presta­ties was 't niet veel, er was geen geld meer, er kwamen ruzies, de trainer zat op de wip, sommige spelers wilden er zelfs mee stop­pen. Beetje amateuristisch alle­maal.
 
Berger haalde me terug naar Utrecht en weer had ik 't idee dat ik een basisplaats moest halen, goedschiks of kwaadschiks maar weer kwam het er niet van. Meestal heb ik er wel begrip voor, als ik er niet in sta, maar soms heb ik er wel eens moeite mee. Zo maakte De Ruiter voor de voor­bereiding van dit seizoen z'n nieuwe voorhoede al bekend, hij moest nota bene de hele groep nog inventariseren, hij had hier nog geen ventiel van een bal opge­pompt. Ik stond dus weer niet in die voorhoede, dus had ik al een streepje achter bij De Ruiter. Of neem nou het vorige seizoen, toen was FC Utrecht in de voor­bereiding net een speeltuin. Wie van buitenaf mee kwam trainen kreeg meteen een contractje, echt. Zo liep Harry van den Ham wat mee te hobbelen, Hughes gaf 'm prompt een contract en Harry kwam er nog in ook. Kijk op zo'n moment loop ik wel even te ba­len.
 
Maar ik moet zeggen: meestal krijg ik een behoorlijke uitleg van de trainer als ik er weer eens naast sta, zeker van Hughes en De Ruiter. Met Berger was dat anders. Die zei ‘als je nu je kop niet houdt, dan krijg je een boete.’ En verdomd, ik heb wel eens een boete van hem gehad. Nu houd ik dus meestal m'n kop, als De Ruiter weer eens tekst en uitleg heeft gegeven, ook als ik 't er niet mee eens ben. Dan kan ik wel blijven zeiken, maar dan denkt zo'n trainer al gauw ‘daar heb je hem weer’, met zo'n rotkop. Ik moet trouwens zeggen dat de benadering van De Ruiter me wel aanspreekt. Als je geen durf toont, dan krijg je voor de hele groep geweldig voor je kloten. En terecht, want zo'n speler zit aan het geld van z'n collega's en van z'n trainer.
Tegen mij hoeft De Ruiter zulke dingen nooit te zeggen, ik zal er altijd in kleunen. Als je lauw speelt, dan moet je in een bierelf­tal gaan spelen. Of gaan zaal­voetballen. Wat er ook gebeurt, in de Galgenwaard zitten altijd wel een paar duizend man die twaalf gulden vijftig betaald heb­ben. Speel je dan niet best, dan moet je minimaal de beuk erin gooien om nog iets te laten zien. Als je dat niet doet, dan huren die mensen terecht een videofilm van de WK '74 of '78. Dan zien ze goed voetbal voor vijf gulden en dan zitten ze nog lekker thuis ook.
 
Zelfs als ik maar tien minuten mee mag doen, dan nog gooi ik er alles uit. Dat is wel eens moeilijk, als Utrecht met 4-0 voor staat of zo, dan willen de anderen de wedstrijd rustig uitspelen. Maar als we achter staan en ik kom erin, dan ben ik bereid heel ver te gaan om een goaltje te maken. Dan ben ik wel eens gevaarlijk voor 'n ander, maar ook voor mezelf. Als ik een bal op een halve meter boven de grond bij voorbeeld op m'n kop neem. Hij kan er dan in vliegen, maar voor 't zelfde geld gaat je kop eraf. Daar moetje dan maar niet bij nadenken, daar wordt je alleen maar nerveus van. Ik moet bij die bal komen, des­noods half door m'n tegenstan­der heen.
 
Mijn stelling is nou eenmaal ­liever gemeen winnen dan eerlijk verliezen. Tja, wat is nou ‘ge­meen’... Pattinama heeft zijn stijl, ik heb de mijne, onze nor­men zijn toch anders. Pattinama zegt ‘als ik ze even diep in de ogen kijk worden ze al bang.’ Nou, dan zou hij bij mij toch wel een stel hele rare brillen op moeten zet­ten. Kijk, ik geef ook wel eens een flink elleboogje, maar dat doe ik niet zomaar, daar is altijd wel 't een en ander aan vooraf gegaan. Als jij mij vier keer voor m'n flikker schopt, dan kun je je borst nat maken. Als ik je dan even kan blokken, met alle kracht die ik in me heb, ik zeg maar zo'n doodschop kan even zeer doen, maar voor 't zelfde geld ga je zomaar door je enkel en scheur je je banden.
 
Maar ik heb m'n grenzen. Zo speelde ik met Wageningen eens tegen FC Amsterdam, een speler van Wageningen spuugde een Surinaamse jongen in z'n ge­zicht. Dat vind ik nou lullig. Zou ik nooit doen. Ik zal ook wel eens rare dingen doen, maar dat heeft steeds met de voorgeschiedenis te maken. En als je dan eens een hele wedstrijd geschopt en geslagen wordt en je schopt er dan stiekem toch een in, dan gebruik je weleens je vuistje hè. Maar uitgangspunt is dat je nooit bang moet zijn voor welke voorstopper dan ook. Als je gaat zeggen ­‘God, God, zondag tegen spelers …’ dan moet je meteen met voetbalen stoppen.
Het valt trouwens wel mee hoor, wat er onderling wordt uitge­haald. Ik ben bijvoorbeeld nog nooit bespuugd, niemand heeft me ooit in m'n zak geknepen. Ach, ze grijpen je wet eens bij je klokkenhuis, maar dan alleen om te dollen, niet om je ballen eraf te draaien. Ik geloof ook niet dat ’t gebeurt, wat schiet je daar nou mee op? Ik ben wel eens gearmd van het veld gelopen met Dickie Advocaat die toen nog bij Sparta speelde. We hielden elkaars haar stevig vast, wie trekt er 't hardst? Later moesten we er alle­bei smakelijk om lachen. Trou­wens, Dickie heeft intussen niet veel haar meer hè. De scheidsrechter bepaalt na­tuurlijk hoever je kan gaan, maar ik ga daar niet vanuit. Ik ga er ervan uit hoever laat de trainer je gaan. Vroeger dacht ik ‘vent, waar bemoei je je mee’, als een trainer me beperkingen oplegde, Toen ging ik nog van m'n eigen straatje uit. Ik wist nergens wat van, was 20, 21 jaar. Inmiddels ben ik 26, ik loop al bijna acht jaar mee en ik heb al heel wat trainers op m'n dak gehad. Dan ga je toch wat minder onnodige overtredin­gen maken. Het is geen toeval na­tuurlijk dat ik al twee jaar geen gele kaart meer heb gekregen.
 
Ik ben daar ook met scheidsrechters over gaan praten. Dan zeiden ze ‘Ben, doe eens rustiger, praat eens wat minder in 't veld, gebaar niet zo druk.’ Prima gesprekken, heb ik wat van op­gestoken. Vervolgens mag je er van die scheidsrechter best lek­ker in kleunen, ze voelen heus wel wat er aan de hand is. Ik zit hier niet te slijmen, dat is wel het laat­ste wat ik doe. Maar ik heb ook scheidsrechters meegemaakt in Portugal, Spanje en België. Nou, de arbitrage is daar een groot drama.
 
Echt m'n karakter heb ik van m'n ouwe heer, als je ergens aan begint doe het dan goed en zo snel mogelijk, is zijn stelregel. Dat zit trouwens in onze familie. We waren thuis met zes kinderen, vader was metselaar, stukadoor, manusje van alles eigenlijk bij een klein bedrijfje. Die man heeft zich rot gewerkt, we hebben het thuis altijd goed gehad, er was altijd brood op de plank, we lie­pen er altijd netjes bij. Ik kreeg altijd op tijd nieuwe voetbalspul­len, al was dat soms moeilijk. M'n vader had zelf ook jaren gevoet­bald, bij DWSV. Daar ben ik op m'n zevende ook lid van gewor­den, ik heb er tot m'n achttiende gespeeld.
 
We woonden bij "De Rooie Brug", een heerlijke, gezellige volksbuurt. Als 't lekker weer was zat iedereen 's avonds buiten koffie te drinken. Voetballen kon je volop, op straat en in het Noordse Park. Daar speelde ik onder andere met Ton de Kruyk en Gert Kruys. Hele interlands hebben we daar gespeeld, Nederland­ – Turkije. Nou, dan vlogen de messen soms door het park hoor. Toen kon ik al een tikkie slecht tegen m'n verlies, ik moest hoe dan ook winnen. Dat heb ik met alle mogelijke spelletjes. Desnoods speel ik vals, maar ver­liezen ... dat nooit!
 
M'n ouders zijn eigenlijk Elink­wijk-mensen, dus ging je als van­zelf met ze mee, de ene week Elinkwijk, de andere DOS. Ik heb daar wat langs de kant staan schreeuwen. Op een gegeven moment kom je bij DWSV dan in het eerste, op jonge leeftijd en je wordt gescout door FC Utrecht. Berger kwam nota bene voor een ander kijken, maar goed, dan zit je plotseling in het tweede elftal van FC Utrecht, prachtig vond je dat, maar je streefde wel naar een volgende fase, het eerste elftal. M'n ouders hebben me altijd ge­stimuleerd om zo ver mogelijk te komen, ik zal nooit vergeten wat die mensen voor me gedaan heb­ben.

Op een gegeven moment wonnen we met het tweede met 3-0 van Ajax, ik maakte ze alle drie. Dat was voor Berger aanleiding om me voor het eerst mee te nemen met het eerste, uit tegen Ajax. Piet Hamberg raakte geblesseerd, ik zat te beven omdat ik er misschien in moest. Gelukkig stond Hamberg weer op. Een tijd­je daarna ben ik er wel ingeko­men, ik weet niet eens meer wan­neer. Ik onthoud dat soort dingen nooit. Laatst moest ik nota bene van Jan van de Akker horen dat ik er vorig jaar elf heb gemaakt. Wist ik niet eens. Dit jaar sta ik op vijf goals, maar ik heb er weer geen idee van hoeveel wed­strijden ik dit jaar heb gespeeld. Maar een feit blijft dat ik nog steeds geen vaste plaats heb. In het begin had ik daar helemaal geen probleem mee. Tja, Leo van Veen was m'n directe  concurrent en die is natuurlijk wel een beetje beter dan ik.

Maar daarna ... dan was het wel eens moeilijk te accepte­ren, Ik hoor trainers wel eens zeg­gen dat ik beter speel als ik inval. Als ze me dan eens een paar keer in de basis zetten zou dat ineens veel minder zijn. Nou, daar ben ik het toevallig niet mee eens. Ais ik weer eens in de basis sta en de ploeg speelt slecht speel ik zeker slecht. Ik ben nou niet direct het type dat een ploeg er met z'n technisch vermogen eens lekker bovenop trekt. Bovendien moet ik steeds aan de zijkant spelen, terwijl ik volgens m'n collega's als centrumspits steeds redelijk gefunctioneerd heb.

Tja, als ik in het centrum speel, dan wordt welke voorstopper dan ook goed tureluurs van me. Ik ben constant bezig, hoe slecht ik ook mag spelen, dan zie je ze soms toch knap nerveus worden. Neem nou PSV-uit, stond ik weer eens in het centrum. We speel­den 1-1 en ik maakte de enige goal. In de daarop volgende wed­strijd, thuis tegen FC Haarlem, stond ik weer in de basis. Maar verdomd, toen speelden we weer heel slecht. Ik had de indruk dat ik zelf als een van de weinige spelers nog redelijk speelde. Dan hoop je maar weer dat het een reden voor de trainer is om je in de basis te houden, maar meer dan hoop is het niet. Aan de andere kant, als de trainer en de jon­gens na een wedstrijd zeggen dat ik lekker gespeeld heb, dan is 't mij best. Als ik er dan de volgen­de wedstrijd, om bijvoorbeeld tactische redenen niet meer in sta, vind ik dat niet zo'n enorm probleem.
 
Het enige dat ik kan doen is om op elke training weer de trainer te laten zien dat ik er ben. Zo'n vent is toch niet blind? Die ziet in de week voor PSV toch dat ik enorm goed bezig ben? Daarom stond ik er toch weer in. Maar ja, tien wedstrijden achter elkaar, dat heb ik nog nooit mee mogen maken. Ik vind trouwens dat niemand zeker moet zijn van z'n plaats, hooguit de keeper en een paar rustpunten in het elftal. Ik heb niet de indruk dat trainers zo denken. Ik vind gewoon, speelt iemand een paar wedstrijden slecht, dan moet die maar een rugnummer boven de elf krijgen, al heet ie Cruijff. Nou is dat toevallig een slecht voorbeeld, want zelfs als Cruijff als een drol speelt kan die nog goed functioneren, maar ik bedoel het principe eerlij­ke kansen voor iedereen.
 
Maar laat ik niet zeuren, ik ga elke dag nog met het grootste plezier trainen terwijl een normaal mens blij is als het vrijdagavond is. Wat ik doe beschouw ik niet als werk, daarvoor is voetbal een veel te mooi spelletje. Ik ben nu bo­vendien bezig met echt werk, bij een taxibedrijf. Jan van de Akker werkt daar ook. Het zwagertje van Kruys is er baas. Daar kom ik vermoedelijk wel aan de bak. Lijkt me een leuke baan, kun je boven­dien je eigen tijd indelen.
 
Ik ga het dus maar weer eens proberen, die basisplaats ver­overen, hoewel er interesse was van andere clubs. Doet me toch goed, bij die clubs zien ze dat ­die Rietveld toch alles er tegen­aan gooit. En misschien, misschien ga ik als voetballer nog iets vooruit. Ik ben ten slotte pas 26, moet als voetballer nog echt volwassen worden, kan me tactisch wat verder ontwikkelen. Daar hou ik me dan ook maar een beetje aan vast. Eens moet het lukken, die vaste basisplaats.
   
 
Leden : 4572
Artikelen : 4650
Weblinks : 477
Artikelen bekeken hits : 5866562

Google Automatic Translations

English Arabic Bulgarian Croatian Czech Dutch French German Greek Italian Japanese Norwegian Polish Portuguese Romanian Russian Spanish Swedish Catalan Serbian Slovak Slovenian Ukrainian Albanian Estonian Hungarian Turkish Afrikaans Irish Belarusian Macedonian

Reclame Bunnikside