Galgenwaard

Hoewel de naam anders doet vermoeden heeft Galghenwert, zoals het in de middeleeuwen werd genoemd, waarschijnlijk nooit als executieplaats gediend. Het perceel is eeuwenlang gebruikt voor de land- en tuinbouw.




1936-1981
De geschiedenis van het eerste Galgenwaard-stadion begint in de jaren dertig. Utrecht had behoefte aan een plaats waar verschillende sporten konden worden beoefend. Maar voordat het stadion kon worden gebouwd, waren er de nodige obstakels. Zo had het toenmalige ministerie van Oorlog  problemen met het stadion. Het werd gezien als een 'schootsveldbelemmerend gebouw', omdat het binnen de fortengordel van Utrecht viel. Daarnaast waren er bedenkingen omdat de wereld in de greep was van een crisis toen men met de bouw wilde beginnen.

Toch kwam er uiteindelijk groen licht. Het stadion kwam op een voor die tijd typerende wijze tot stand. Het gemeentelijke stadion was aangewezen als werkverschaffingsproject en diende ten goede te komen aan de hele gemeenschap. Er moesten zoveel mogelijk sporten van de nieuwe accommodatie kunnen profiteren en daarom werden rond het voetbalveld ook een atletiek- en een wielerbaan aangelegd. Op 21 mei 1936 werd het nieuwe stadion geopend met een groots programma. De ovaal telde een overdekte tribune en bood plaats aan 23.000 toeschouwers.
< img title="galgenwaard 01a.jpg" src="https://www.mimmic.nl/bunnikside/public/media/image/124/galgenwaard-01a.jpg" alt="" border="" />


De Utrechtse voetbalclubs Hercules en DOS speelden in het stadion hun thuiswedstrijden. Het stadion trok op zondag gemiddeld zo'n kleine 16.000 bezoekers. In 1958 behaalde DOS het landskampioenschap en in dat jaar speelde de club in een uitverkocht Galgenwaard de club haar eerste Europa Cup-wedstrijd tegen het Portugese Sporting Lissabon. Ook de zomerse wielerwedstrijden op de baan van Galgenwaard werden lange tijd redelijk bezocht. Cees Stam vestigde in 1974 nog het werelduurrecord op deze baan. Bovendien vormde het stadion het decor voor wedstrijden voor windhonden, atletiekevenementen, turnen en de Jehova's-getuigen hielden er hun congressen. 

In 1970 gingen de profsecties van DOS, Elinkwijk en Velox op in een nieuwe fusieclub FC Utrecht, dat vanaf dat moment Galgenwaard als thuisbasis had. Tot 1970 voldeed het stadion uitstekend. Vanaf de jaren zeventig bleek de verouderde accommodatie niet bestand tegen het voetbalvandalisme waar Nederland en Utrecht mee geconfronteerd werden. Bovendien was de afstand tot het veld te groot en het aantal zitplaatsen en overdekte plaatsen veel te klein. De wielerbaan moest verdwijnen en de veiligheid vergroot. Het afscheid van het stadion haalde op 20 april 1981 de internationale pers. FC Utrecht speelde die dag tegen PSV de laatste wedstrijd in de oude Galgenwaard. Het had een feestelijk afscheid moeten worden, maar na afloop werd het stadion door supporters eigenhandig gesloopt.    

Nieuw Galgenwaard
< img title="galgenwaard 02.jpg" src="https://www.mimmic.nl/bunnikside/public/media/image/125/galgenwaard-02.jpg" alt="" border="" />


Het tweede FC Utrecht stadion (Stadion Nieuw Galgenwaard) werd in Augustus 1982 in gebruik genomen. Het was op dat moment het veiligste en modernste stadion van de wereld, vooral dankzij de mooie grachten om het veld wat een ramp makkelijk kon voorkomen omdat de bezoekers snel konden vluchten.De Galgenwaard had het eerste stadion in de wereld kunnen zijn met veld verwarming. Omdat men dit competitie vervalsing vond is er uiteindelijk geen veld verwarming gekomen.

Nu de KNVB dit verplicht heeft gesteld is er inmiddels wel een verwarmd veld aangelegd. De capaciteit is van 20.000 plaatsen teruggebracht naar 14.000 plaatsen. Dit komt door het verdwijnen van alle staanplaatsen die vroeger achter de doelen te vinden waren.Gemiddeld zitten er bij elke thuis wedstrijd van FC Utrecht zo'n 13.200 supporters in de Galgenwaard en is iedere wedstrijd nagenoeg uitverkocht. FC Utrecht heeft inmiddels ervoor gekozen het huidige stadion te verbouwen. Utrechtnieuwsblad Vrijdag 13 Augustus 1982
< strong>
Binnen 485 dagen het wonder Galgenwaard

AMSTELVEEN - Als FC Utrecht volgende week woensdagavond voor de eerste maal het gras betreedt van het nieuwe stadion Gal­genwaard, is er in dubbel op­zicht sprake van een mijl­paal. Immers, met de wedstrijd tegen Southamp­ton wordt niet alleen Euro­pa's modernste voetbalarena officieel geopend, maar te­vens een uniek periode in het bestaan van de eredivisie­club uit de Domstad afgeslo­ten. Tussen het moment waarop FC Utrecht zijn laatste competitiewedstrijd in het oude· Galgenwaard speelde en het vriendschap­pelijke treffen tegen de En­gelse topclub op dezelfde plaats, maar tegen een luxe decor,. liggen welgeteld 485 dagen.

< img title="galgenwaard 02a.jpg" src="https://www.mimmic.nl/bunnikside/public/media/image/126/galgenwaard-02a.jpg" alt="" border="" />

In dit tijdsbestek werd FC Utrechts voormalige thuishaven gesloopt en geheel overdekt stadion met een capaciteit van 20.000 toeschouwers uit de grond gestampt. Bovendien bevindt zich onder de tribunes en op de hoeken van het nieuwe stadion 30.000 vierkantenmeter bedrijfsruimte.

"Het is niet niks wat Ballast Ne­dam in samenwerking met tiental­len andere bedrijven, particulieren en de gemeente Utrecht, kortom alle betrokken partijen, in nauwelijks zestien maanden heeft gereali­seerd", meent de heer T. B. Haeser, directeur van de groepsonderne­ming Nedam BV. "Ik denk dat dit project uniek is voor Europa". 

  Toen in het midden van de jaren zeventig de eerste contacten over een nieuw stadion in Utrecht tot' stand kwamen tussen Ballast Ne­dam en Fe Utrecht (lees: ex-voorzit­ter Kees Werkhoven), kon de Amstelveense bouwmaatschappij nauwelijks vermoeden de eerste stap gezet te hebben op weg naar een 'historisch' product. Haeser: "Toen Werkhoven en Ballast Nedam de eerste besprekingen voerden over een nieuw stadion was met geen mo­gelijkheid te voorspellen, of dat haalbaar was, hoewel wij vonden dat er muziek zat in het idee.

Een stadion later pas is de gedachte naar de combinatie bedrijfsruim­te/stadion uitgegaan - was ook voor ons een onderneming, waar wij geen enkele ervaring mee hadden. Maar toen dat onderwerp ter sprake kwam is Ballast Nedam wel direct aan het werk gegaan. Wij hebben destijds een halve ton gestoken in de voorbereiding van het project, een studie en een tekening, nog uitsluitend van een stadion. 
< img title="galgenwaard 02b.jpg" src="https://www.mimmic.nl/bunnikside/public/media/image/127/galgenwaard-02b.jpg" alt="" border="" />


Later toen om economische redenen het aantrekkelijker was om binnen de accommodatie zowel ruimte voor de sport als voor het bedrijfsleven te creëren, hebben wij voor de ontwik­keling van die plannen nog eens een ton op tafel gelegd. Natuurlijk, er was zo'n vijf jaar geleden nog weinig concreets te zeggen over de kansen op een nieuw stadion, maar zonder een sprankje hoop zouden wij geen 50.000 gulden hebben geïnvesteerd in allerhande werktekeningen en studies. Wij liepen risico's, maar een gezond risico". 

  Haeser geeft toe dat Ballast Ne­dam niet erg gelukkig is geweest met de ontwikkeling van de econo­mie in de afgelopen jaren, die een sta-in-de-weg leek te worden bij de realisering van het stadion. Maar de vrees voor een debacle bleek on­gegrond. "Ook al hadden wij te ma­ken met economisch sombere jaren, de belangstelling van de zijde van beleggers voor het nieuwe stadion was groot en bleef groot. Misschien niet zo verwonderlijk gezien de aard van het complex. De combinatie stadionbedrijfsruimte was een schot in de roos en toen er allerwe­gen positief werd gereageerd op on­ze schepping, zijn we direct de boer op gegaan met dit idee. Zo hebben wij onder meer alle eredivisieclubs in Nederland benaderd met als aan­vankelijk resultaat contacten in Rotterdam en in Enschede. Met Rotterdam waren we ver. Sparta en Excelsior zouden in een door ons te bouwen stadion gaan spelen, maar uiteindelijk is dit project achter de Erasmus universiteit afgesprongen op het veto van de wijkraad aldaar. En de bouw van een stadion ergens anders in Rotterdam was om allerlei redenen niet haalbaar". 

< strong>Verkeken
Met het stranden van de pogingen om in navolging van Utrecht ook el­ders een nieuw stadion aan de man te brengen zowel voor als tijdens de bouw van Galgenwaard, is een facet van het zakendoen aangestipt waar­op Ballast Nedam zich heeft verke­ken. "Wij hebben met het stadion in Utrecht als voorbeeld meer van zul­ke projecten willen slijten, maar dat is, zoals net aangegeven in ons land, maar ook daarbuiten tot nu toe mislukt. Kennelijk is de tijd nu te ongunstig om in stadions met suc­ces te opereren. Voor ons zonder meer een tegenvaller, temeer omdat wij dagelijks en dat al maanden lang, rondleidingen in Galgenwaard verzorgen voor mensen uit binnen­ en buitenland. Maar laten we niet wanhopen, kijkers zijn potentiële kopers". 

Haeser gelooft niet dat alle nega­tieve publicaties het afgelopen jaar over FC Utrecht in het algemeen en Kees Werkhoven in het bijzonder Ballast Nedam in dat opzicht scha­de hebben berokkend. Evenmin is Haeser van oordeel dat de betrok­kenheid van Ballast Nedam in de 'smeergeldaffaire' (over de betaling van 250.000 gulden aan Werkhoven om de opdracht van de bouw van Galgenwaard binnen te slepen wi1 hij slechts met een enkel woord rep­pen) verdere bouwopdrachten voor stadions buiten de deur heeft ge­houden. "Die publiciteit", zegt Hae­ser, "heeft ons volgens mij geen par­ten gespeeld. Bovendien is de in­vloed van wat over FC Utrecht en ons is geschreven moeilijk te meten. 

Als wij voor 1981 nou tien andere stadions had den kunnen bouwen en daarna niet meer, dan had je dat kunnen wijten aan het negatieve nieuws over de club en later de ver­halen over de smeergelden. Dat is niet het geval geweest. Maar dat een en ander ons heeft verdriet is duidelijk. Overigens wil ik over die smeer­gelden wel een ding kwijt. FC Utrecht of zo je wilt Werkhoven, was t geen partij in de bouw van het stadi­on. Met de gemeente en beleggers zijn contracten afgesloten. FC Utrecht stand daarbuiten. Daarbij komt dat wij tot 14 april vorig jaar, toen wij met de gemeente Utrecht tot een akkoord kwamen, risico voor een mislukking hebben gelopen. Het is toch niet logisch tegen die achtergrond dat wij met smeergeld ge­werkt zouden hebben". 


Niet ingegrepen
De positie van FC Utrecht als lou­ter sportief betrokkene bij het nieu­we stadion is de reden dat Ballast Nedam financieel niet zou hebben ingegrepen als de club failliet was gegaan. "In die situatie zouden wij hebben gezegd: jammer voor de club en voor het stadion, omdat de grasmat niet zou worden bespeeld", aldus Haeser, "maar een red­dingsactie had er niet ingezeten. Voor ons was het project in april 1981 rondo We konden gaan bouwen. En of FC utrecht nu in het stadion voetbalt of een andere club, dat is ons pakkie-an niet. Ik wil er overi­gens op wijzen, dat wij FC Utrecht vorig jaar toch enigszins de hand boven het hoofd hebben gehouden met 60.000 gulden, toen bleek dat de club in het noodstadion veel meer moest inleveren dan was begroot". 

  Uit de woorden van Haeser moge blijken dat Ballast Nedam, in tegenstelling tot geruchten enkele maanden terug, nimmer een serieu­ze gegadigde is geweest voor shirtre­clame. "Wij hebben", verklaart Hae­ser, "FC Utrecht enkele jaren finan­cieel gesteund in ruil voor onze naam op trainingspakken, maar aan shirtreclame hebben wij nooit ge­dacht. Shirtreclame is geschikt voor vlotverkopende producten als een auto, fiets of bandrecorder, maar wat moet je ermee als bouw­maatschappij. Nee, financieel zijn er straks geen banden meer met FC Utrecht. Ja, een reclamebord langs het veld, want het staat raar als wij zo meteen geen bord in het stadion hebben staan en een concurrent eventueel wel".    

Haeser hecht eraan het nieuwe stadion als een enorme - en vooral goedkope - aanwinst aan te mer­ken voor de gemeente Utrecht. "En vergeet niet", vervolgt hij, "dat ook FC Utrecht zijn handen mag dicht­knijpen met een dergelijk onderko­men. Welke club in Nederland be­schikt nou over zo'n schitterend sta­dion. En niet op de laatste plaats kan het Utrechtse voetbalpubliek blij zijn met het stadion. Als het straks niet kan genieten van voetbal ligt dat niet aan het stadion. Dat biedt vrijwel alle comfort dat toe­schouwers zich wensen kunnen".  
 

Stadion Galgenwaard 2001



Na twintig jaar was FC Utrecht toe aan uitbreiding en vernieuwing. De hoofdtribune werd verplaatst naar de noordzijde en werd bij het begin van het seizoen 2001 - 2002 in gebruik genomen. De oude hoofdtribune werd direct daarop onder handen genomen en een jaar later had FC Utrecht twee prachtige, impossante, nieuwe tribunes aan de lange zijdes van het veld. In het komende seizoen worden de tribunes aan de korte zijdes vervangen, wat uiteindelijk zal leiden tot een stadion met bijna 25.000 zitplaatsen. De thuishaven van FC Utrecht heet sinds 1 januari 2002 Stadion Galgenwaard. Stadion Galgenwaard ligt aan de rand van de stad en is via de snelwegen rond Utrecht goed te bereiken.



De Noordtribune is de hoofdtribune met de kantoren en zalen. Op deze Noordtribune zijn 2701 publieke en 2504 zakelijke stoelen beschikbaar. De Zuidtribune is de tribune aan de lange zijde van het veld en heeft een capaciteit van 8002 overdekte zitplaatsen en 52 plaatsen voor rolstoelgebruikers. De vernieuwde Bunnikside met 5552 overdekte zitplaatsen is dit seizoen in gebruik genomen. In het seizoen 2003-2004 heeft Stadion Galgenwaard 21.072 plaatsen. Na de verbouwing van de andere korte zijde van het stadion bedraagt de capaciteit van het stadion bijna 25.000 zitplaatsen. 

Foto's verbouwing Bunnikside




Het bezoekadres van Stadion Galgenwaard is:
Herculesplein 241
3584 AA Utrecht

Supportersvereniging FC Utrecht

De SupportersVereniging FC Utrecht (SVFCU) is de officiële supportersvereniging van FC Utrecht en vertegenwoordigt met ruim 5.500 leden een aanzienlijk deel van de Utrechtse achterban.

Lid worden?