De Bunnikside iets om trots op te zijn

"De harde kern van Ajax is hard, maar de wreedste is die van FC Utrecht. Die gasten lopen met vleeshaken te hak­ken" . Zo maar een fragment uit het boek" Hand in Hand" van Paul van Gageldonk. Enkele diehard-fans van Feyenoord heb­ben het hier over deBunnikside, het  legioen van FC Utrecht. Net als de supporters van Feyenoord staan zij bekend om het geweld,maar daar lijkt de laatste jaren verandering in te komen.

FC Utrecht zag op 1 juli 1970 het licht na een fusie tussen de Utrechtse voetbal­verenigingen Elinkwijk, Velox en DOS. De laatste was in 1958 kampioen van Neder­land. FC Utrecht speelde zijn thuiswedstrijden in de Galgen­waard. In dat stadion zaten de trouwe supporters op de Bunnikzijde, die vernoemd was naar de ligging van die zijde. Aangezien diezelfde suppor­ters ook regelmatig de uitwedstrijden die" hun" club speelde, bezochten werd die groep al snel bekend als Bun­nikside.

Al snel kreeg de Bunnikside de reputatie van relschoppers. "Dat geweld begon voor de FC Utrecht-supporters al gelijk bij de eerste wedstrijd op 19 augustus 1970", vertelt Jas Leijgraaff, oud Bun­nikzijder. "Dat was de uitwedstrijd tegen Feyenoord. We verloren die wed­strijd met 4-1 . Na de wedstrijd werden de bussen bekogeld met stenen en raakten enkele mensen gewond", gaat Leijgraaff verder.

Daarna ging het snel bergafwaarts met de Bunniksiders. Zij werden vergeleken met de supporters van het Engelse Manchester United. "Toch was de sfeer onderling echt perfect", vervolgt de 42­jarige Leijgraaff zijn verhaal. "We zagen elkaar één keer per week in het stadion. Iedereen kende elkaar en kwam voor de ander op." Maar de problemen werden groter toen met het succes van Utrecht het legioen ook groeide. "De supporters van FC Utrecht gingen zich profileren door geweld", zegt Bennie ten Boden, voorzitter van de Utrechtse supporters­vereniging. Ten Boden is sinds mei 1992 voorzitter van de supportersvereniging FC Utrecht. Zelf is hij sinds het begin al betrokken bij de club. )k ben al vanaf 1970 supporter van FC Utrecht. Als kind ging ik met mijn vader mee en later ging ik zelf tot de harde kern behoren. Die stond toen bekend om het stelselmatig onveilig maken van de binnensteden

Een memorabele wedstrijd voor zowel Leijgraaff en Ten Boden is de uitwed­strijd tegen Haarlem. "Bij die wedstrijd was onze reputatie ons vooruitge­sneld", vertelt Leijgraaff. "De politie kwam bij die wedstrijd op paarden ons vak in om de orde te bewaken." Ook Ten Boden kan zich die wedstrijd nog herinneren. Ik zat boven op het scorebord en werd door de stadionspeaker gevraagd om daar af te klimmen in verband met "levensgevaar" . Daar heb ik zelfs de VI (Voetbal International, een voetbaltijd­schrift, red.) mee gehaald".

Het omslagpunt kwam volgens Ten Boden tijdens de zitting van het bestuur onder Theo Aalbers. "Hij begon met het organiseren van de zogenaamde kwar­taalavonden." Op deze kwartaalavon­den kunnen trouwe supporters hun ei kwijt naar het bestuur en de spelers toe. "Aalbers begon met deze avonden en je zag direct resultaat. De supporters kon­den op die avonden hun agressie kwijt en hoefden dat zodoende niet meer op het veld te doen."

Sindsdien gaat het een stuk beter met de reputatie van het beruchte suppor­terslegioen. "Er staat nu ook een nieuwe generatie op de Bunnikside", vertelt Leijgraaff. "Zo'n drie jaar gele­den namen twee jongens trommels mee en begonnen daar op te slaan. In navol­ging van Italië en Spanje werd toen 90 minuten lang gezongen." De sfeer die sindsdien gecreëerd werd had veel positieve gevolgen. "Veel mensen kwamen naar de wedstrijden van FC Utrecht omdat ze nieuwsgierig waren naar het gezang van de Bun­nikside." Ten Boden kan zich bij die woorden aansluiten. "Sinds de sfeer honderd procent is omgesla­gen loopt het stadion wèer vol. Kijk naar de laatste twee jaar.

Ondanks de tegenvallende resultaten is het stadion wel elke thuiswedstrijd uitver­kocht." Ook de spelers van FC Utrecht zijn blij met de Bun­nikside. Harry Decheiver, de spits die eerder uitkwam voor Go Ahead Eagles, Heerenveen, RKC en SC Freiburg, koos voor FC Utrecht mede door de sfeer. "Er zijn dingen die ik belangrijker vind dan geld. Eén van die dingen is de sfeer. Elke voetballer zou willen dat hij zulke fan­tastische supporters achter zich had als dat wij bij FC Utrecht hebben. Voor Nederlandse begrippen is dit uniek. De Bunnikside is iets om als speler trots op te zijn."

Zijn collega Jean-Paul de Jong sluit zich hier volmondig bij aan.) Ik zat van mijn negende tot ongeveer mijn achttiende zelf op de Bunnikside, maar wat er de laatste jaren daar gebeurd is, is niet te vergelijken met die periode. Door het gezang en de aanmoedigingen van de supporters wil je als speler net even iets meer geven dan wanneer je niet zo naar voren geschreeuwd wordt. Het is een onbeschrijfelijk gevoel dat je bekruipt als je de supporters hoort zingen." Vol­gens De Jong is dit nu juist het bijzon­dere aan de Bunnikside.  
Jas Leijgraaff is dus al vanaf het prille begin "Bunnikzijder." Jochem Geerdink, 24 jaar oud en student in Utrecht heeft sinds twee jaar een vaste plaats op de Bunnikside gevonden. )k kreeg de mogelijkheid om de wedstrijd FC Utrecht-Vitesse te bezoeken op de busi­ness-seats. Toen ik daar zat, viel mij één ding direkt op, de supporters op de Bunnikside. Zij zongen 120 minuten...lang "hun" jongens naar de 2-0 over­winning toe."

Geerdink bezocht ook de memorabele wedstrijd tegen FC Twente. "Die zon­dag vertrokken bijna zestig bussen vanaf stadion Nieuw Galgenwaard. Ikzelf zat in bus twintig samen met enkele vrienden. Die dag stond lijfsbe­houd in de Eredivisie op het spel. Utrecht moest minimaal gelijk spelen. Maar dan moest Volendam verliezen van Vitesse." Ruim twee uur later Iwam de colonne aan in Enschede. Daar barstte in het Diekmanstadion het feest los. "Zo'n drieduizend Utrecht-suppor­ters zongen en dansten dat het een lieve lust was. Voor Utrecht scoorden Hans Visser en Raymond Graanoogst. Twente scoorde tegen uit een penalty. Dat was bij een 1-0 voorsprong voor FC Utrecht. Ik ben nog nooit zo uit mijn dak gegaan als toen. Overigens verloor Volendam van Vitesse, waardoor we helemaal veilig waren."

De terugreis naar Utrecht was helemaal een feest. "Op elk viaduct waar wij ondervveg onderdoor kwamen, stonden Utrecht-supporters met vlaggen en spandoeken te zwaaien", vertelt Marijn Aerns, die net als Geerdink sinds twee jaar tot de Bunnikside behoort. "Maar het grootste feest barstte los bij het sta­dion. De supporters en spelers vierden de uitoverwinning alsof het een finale van de Europacup betrof."

Sindsdien is het legioen elk jaar nog groter geworden. Dit seizoen verkocht FC Utrecht ruim achtduizend seizoen­kaarten. Gemiddeld trekken de Domste­delingen ruim tienduizend toeschou­wers per wedstrijd.

Supporters die de wedstrijd vanaf de Bunnikside willen volgen, hebben pech. Alle 2200 stoeltjes zijn gereserveerd voor seizoenkaarthouders. Supporters die toch onderdeel willen uitmaken van de Bunnikside zijn aangewezen op de uitwedstrijden. Dan blijkt ook dat het legioen groter is dan alleen de Vakken F en G in stadion Nieuw Galgenwaard. De wedstrijd FC Volendam-FC Utrecht van 2 november jongstleden werd bezocht door zo'n vierduizend Utrecht-suppor­ters. "Uit berichten in de pers blijken andere getallen, maar ik heb genoeg meegemaakt om daar niet meer op af te gaan", besluit Jas Leijgraaff.  

Jochem Geerdink en Rick Klaucke

Supportersvereniging FC Utrecht

De SupportersVereniging FC Utrecht (SVFCU) is de officiële supportersvereniging van FC Utrecht en vertegenwoordigt met ruim 5.500 leden een aanzienlijk deel van de Utrechtse achterban.

Lid worden?